Go to Top

BSRetro: 2009, een zomer-NAC-droom (III)

BSRetro: 2009, een zomer-NAC-droom (III)

Het is nu bijna ondenkbaar, maar exact tien jaar geleden maakte NAC de mooiste zomer in haar recente geschiedenis door, met play-offs, Europees voetbal, een heerlijke selectie en tal van mooie dromen over een stabiele toekomst in de subtop. Daarom blikken we de komende periode in dagboekvorm terug op een geweldige tijd, die in alles een negatief was van het plaatje van nu, maar tegelijkertijd óók typisch NAC bleek. Vandaag deel III: over bijten in je vuist, zout in Rotterdamse wonden, en lachen op een begrafenis.

 (klik hier voor deel II)

De combi-ontduiker. Een geniepige avonturier in onherbergzame streken, heimelijke zendeling van de uitvakbezetter, sober gekleed in neutraal mannenfrak, het dertien-in-een-dozijn-gezicht onaangedaan door massale voetbalemotie als de score voor de bezoekers tegenzit, geniepig grinnikend om de rampspoed voor de thuisploeg, volleerd imitator van de gekste accenten die tussen Veendam en Vlissingen te horen zijn. En het helpt als je op je vingers kunt zitten als NAC onverhoopt een keer scoort (laat staan wint).

Want een buscombi is voor mij, als NAC-fan in Utrecht, haast onbegonnen werk (tenzij ik een halve dag extra reistijd accepteer). Begin 2007 ben ik de enige in een heel vak Enschedovaren die wil opspringen bij de winnende goal in blessuretijd, in de vrieskou van een Twentse bekeravond  (Mike Zonneveld, never forget). Als NAC in 2008 in Amsterdam wint (1-3) kan ik helemaal niemand omhelzen als Ahmed Ammi de 0-3 binnenkogelt. Als Matthew Amoah dat jaar in Utrecht de 0-1 tegen de touwen jast word ik omringd door zware, kale, booskijkende mannen, maar kan ik met moeite een pokerface houden; tijdens een saaie 0-0 in Nuldertien weet ik nog net wakker te blijven door Viktor Sikora voor ‘lul’ uit te maken als hij een grote kans om zeep helpt (en, zie hoe sport verbroedert, mijn Kruikelijke buren op de tribune kunnen zich ook wel vinden in die omschrijving). En al die keren maak ik de negentig minuten vol, ongeschonden, onopvallend, ongezien.

Kameleon

Vanmiddag, 21 mei 2009, zal ik bij Feyenoord-NAC debuteren als combi-kameleon in de Kuip. Maar veel blijdschap zal ik niet hoeven maskeren, want laten we wel wezen: wat heeft NAC ooit gepresteerd in de Kuip? Er zijn jaren dat je vooraf verlies in de Kuip incalculeert, en dan verliest NAC altijd. Er zijn jaren dat Feyenoord slecht draait, er voor NAC iets te halen valt, en dan verliest NAC altijd. Er zijn jaren dat het alle kanten op kan, en dan verliest NAC altijd. Kees Kuijs, Hein van Gastel, Peter van de Merwe, Ad en Ati Graaumans, Bertus Quaars, Nicola Budisic, Guus van der Borgt, Ton Lokhoff, Peter Remie, John Karelse, Pierre van Hooijdonk, Graham Arnold, Archil Arveladze, Alfred Schreuder, Rob Penders en zeker twee Bouwmeesters hebben nooit met NAC bij Feyenoord gewonnen. Alsof het Tyrone Loran en Donny Gorter dan wel gaat lukken. Kom nou.

Bij godsmirakel heb ik vrij weten te regelen bij het schnitzelplaza op Hemelvaart, één van de drukste dagen van het jaar voor een restaurant aan een snelweg. Ik neem vanaf Rotterdam Centraal een stoptrein naar station Vlaardingen, waar ik in de auto stap bij vriend M., Feyenoorder en seizoenkaarthouder op Zuid, om met hem samen naar Stadion Feijenoord te rijden. (En nee, dat is kilometertechnisch niet handigste route die je kunt nemen, zie ik later op de kaart.)

We parkeren op een bedrijventerrein met zicht op de Maas. Gelaten, berustend, realistisch stap ik uit de auto, óók omdat ik dit weekend waarschijnlijk nog een keer mag. De play-offs om Europees voetbal werken in 2009 volgens een best-of-three-systeem: in principe speelt NAC één keer uit, en één keer thuis tegen Feyenoord, maar bij een gelijke stand (bijvoorbeeld als beide ploegen hun thuiswedstrijd winnen) volgt er een beslissingswedstrijd, in het stadion van de hoogst-geplaatste ploeg op de ranglijst. En om het nog gekker te maken: doelsaldo doet er om de één andere reden niet toe. Dus ja. Die derde wedstrijd in de Kuip gaat er komen, want in principe verliest NAC vandaag.

Feyenoord-moe

Ik zit in vak V, vanuit de televisiecamera’s bekeken in de linkerhoek eerste ring tussen de Rotterdammenaars, naar rechts kijk ik uit op de fanatiekelingen op vak S, en tussen mij en het veld staan de niet minder heftige ketelbinkies van vak W. Ik zit zelf tussen vriend M. (links, Feyenoord-thuisshirt uit 2001/02, geen strafblad) en een gepensioneerd echtpaar (rechts, Feyenoord-thuisshirt van dit seizoen, 2008/09, mét spelershandtekeningen, mogelijk strafblad).

We drinken iets fris, dat we betalen met plastic Kuip-muntjes (want zou jij vrijwillig Amstel 0.0 gaan zitten drinken?). Vriend M. zegt niet zenuwachtig te zijn, maar M. weet ook: Feyenoord is net zo soepel de play-offs ingestruikeld als NAC. Trainer Gertjan Verbeek is deze winter al vervangen door Leon Vlemmings, een oude bekende: volgens sommigen het brein achter de derde plek van NAC vorig jaar, volgens sommigen overschat als trainer, maar hoe dan ook is hij in de zomer van 2008 zeer controversieel van Breda naar Rotterdam-Zuid overgestapt (hij heeft net voor vijf jaar verlengd bij NAC, maar spant nog geen half jaar later een arbitragezaak aan als hij, als belangrijke pion in de geelzwarte toekomstplannen, niet zomaar gratis weg mag naar een ploeg die één plaats hoger op de ranglijst staat).

In Breda was de eerste wedstrijd niet uitverkocht, maar vandaag in De Kuip zullen er hooguit 30.000 kaarten verkocht zijn, misschien anti-play-offs-sentiment, misschien Feyenoord-moeheid van de fans die een ouderwets klotenseizoen hebben gezien. Daarnaast heeft de lokale driehoek kennelijk weinig trek om veel werk te verrichten, dus is het extra uitvak op de eerste ring dichtgebleven, ‘Gilze groet NAC’ is het enige spandoek wat ik kan zien vanaf mijn plek, in een hoek tegenover de 550 man in het uitvak. De (mogelijk) laatste wedstrijd van Feyenoord-verzorger Gerard Meijer trekt dus maar weinig bekijks, zoals het veilig stellen van Europees voetbal sowieso weinig waarde heeft voor een club die (volgens haar fans althans) jaarlijks om de titel zou moeten strijden. Deze wedstrijd had Feyenoord nooit moeten hoeven spelen.

Cactus

Al bij binnenkomst voel je dan ook aan alles: niemand heeft er bij Feyenoord nog zin in. Het publiek is mat. Het spel van Feyenoord is mat. NAC geeft bijna niets weg, maar heeft ook weinig te duchten van de nultieners. Het eerste half uur levert één of twee kansjes voor de Rotterdammers op, en een paar verdwaalde schoten uit tweede lijn, maar that’s it. Het publiek in de Kuip probeert er wat van te maken, maar moet het letterlijk en figuurlijk op halve kracht doen: zonder de helft van het aantal stemmen, en zonder inspiratie, hoor je ze eigenlijk alleen als Anthony Lurling de volle laag krijgt. En zelfs al creëert NAC niet veel, je begint als NAC-fan zowaar te geloven in een gelijkspel, misschien een overwinning zelfs, waardoor je ook meteen weer weet: dit gaat alsnog mis.

En dan krijgt NAC een vrije trap op een meter of 30 van de goal. Hoge bal vanaf links, Loran kopt, Timmer redt, Penders krijgt zijn voet tegen de rebound. 0-1. Ik mag niet juichen. Maar ik wil het heel, heel graag. Ik voel hoe diep binnen mezelf euforie, ongeloof en realisme met elkaar vechten om uiting, ik trek mijn kaken strak en sper mijn ogen wijd open, ik adem fel en snel, dolblij maar stevig ingesnoerd. Vriend M. zakt onderuit in zijn stoel en vloekt kort maar krachtig. Het uitvak wordt (natuurlijk) helemaal gek, net als de kluit Bredanaars in de twee skyboxen die niet ver naast me hangen. Ik voel me als een fel geel bloeiende cactus in een dorre woestijn van witrood, subtiel stralend van geluk maar doodsbang voor een snelle tegengoal, want ik weet nu zéker dat NAC alsnog gaat verliezen.

Gargamel

Maar die snelle tegengoal blijft uit. De lucht is uit het stadion geslagen, Feyenoord moet er nu twee maken, terwijl het voor geen meter draait. Kort na rust flapt eerst Martijn Reuser, verwekt op het Rembrandtplein en geboren in de Keizersgracht, er een prachtige diagonale bal in: 0-2. Ik bijt de tandafdrukken mijn vuist in, vriend M. kijkt verveeld en geërgerd op me neer. Een tweede helft waarin NAC de baas is wordt vijf minuten voor tijd bezegeld als Kwakman de 0-3 binnentikt. Het is alsof iemand een kanon in me ontsteekt dat ik stil moet zien te houden met mijn blote handen. Ik probeer mijn lichaamsbewegingen zo neutraal mogelijk te houden, als Bredase infiltrant in dit IJsselmondse sterfhuis. Dit gaat niet meer fout, besef ik nu, ik ontspan, ga verder achterover zitten, leg goedbedoeld een (totaal niet sarcastische) hand op de schouder van M., die niet reageert. Mijn ingehouden vreugde wordt gekwadrateerd door de misère en ergernis om me heen. Ik voel me kwaadaardig, Gargamel in een sprookjesbos, alsof ik als enige kan schaterlachen op een begrafenis. Het is vreselijk ongepast, maar heerlijk ontladend.

21 mei 2009, Feyenoord-NAC. ‘Found footage’ van de 0-2, met zeker drie seconden wedstrijd beeld, en vooral heel veel mooie Bredase stemmen en koppen.

Als het ‘schaam je dood’ door het stadion klinkt, en het blauw van de tribunestoeltjes steeds zichtbaarder wordt, is het Joonas Kolkka, twee jaar eerder niet goed genoeg voor Feyenoord, die alle ruimte krijgt van Tim de Cler om de 0-4 binnen te jassen. Ik begraaf mijn Cheshire Cat-glimlach in mijn handen, neem een houding aan die je zonder context ook kan uitleggen als diep verdriet. NAC vernedert Feyenoord in de Kuip, en dat die vernedering wordt uitgedeeld door onze jongens in het geel-zwart, door een samenraapsel van Eredivisie-rejects, Amsterdammers, oud-Feyenoorders en Anthony Lurling in het bijzonder, moet nog eens extra zout in de wonde zijn voor de Rijnmondse roodwitteling.

Beeldengroep

Het zal de mooiste combi-ontduik-middag van mijn leven blijven, dat besef ik al als M. me zwijgzaam bij de trein afzet. Het is de mooiste NAC-middag die ik ooit ga mee maken. Ik kan het gewoon niet geloven, en ook niet beschrijven, want als ik later die dag al mijn vrienden één voor één bel kom ik telkens niet uit mijn woorden, in zuchten en hard gelach beschrijvend hoe legendarisch deze middag geweest is. Twee keer winnen van Feyenoord, op historische wijze de vloer aanvegen met de Rotterdammers in de Kuip, het is een huldiging waard, of een beeldengroep in het Valkenberg, of op zijn minst een paar pagina’s in de plaatselijke krant. Het jazzfestival dat in Breda bezig is, dit Hemelvaartweekend, kleurt gaandeweg haar eerste dag steeds geler, en het hele seizoen lijkt in één klap geslaagd, de vorige, rampzalig verlopen play-offs in één keer vergeten.

Als later die dag het nieuws binnendruppelt dat Groningen de tegenstander in de finale wordt wil ik daar dan eigenlijk nog niet aan denken. Boven alles wil ik nog even mezelf kunnen onderdompelen in dit gevoel, in het nieuws, in dit team, in deze dag: deze dag is zo a-typisch NAC, zo solide, zo soeverein, zo knap. Anderzijds is Groningen dit seizoen een ploeg die op alle posities een net iets betere speler heeft, maar tegelijkertijd een nobody in het NAC-sentiment. En dan kun je, na een vroege piek in de halve finale tegen de aartsrivaal, zomaar onderuit gaan tegen een ploeg waar je je wél voor moet motiveren. En niets lijkt me méér typisch NAC.

 

(klik hier voor deel IV)

4 Reacties op "BSRetro: 2009, een zomer-NAC-droom (III)"

  • Dutchbird
    22 mei, 2019 - 02:26

    Over 10 jaar is het tijd voor de twee overwinningen op Feijenoord in het seizoen 2017/2018.
    Het seizoen van Stijn Vreven, Manu Garcia, Angelino, Pablo Mari en Ambrose met als kers op de taart “Sadiq Umar”.

    6

    0
  • Van "taajlaand
    22 mei, 2019 - 10:26

    Wederom leuk geschreven Castor, en ook nu zit ik weer te balen, dat ik juist op dat moment niet in de kuip aanwezig was.
    Had geen zin in de play-offs en de winstkansen voor NAC in zuid…….voor mij alle jaren na “92 een utopie, en mijn vrouw beloofd om aan een toernooi mee te doen.
    (Hoe is het nou afgelopen met je verkereing van toen?)

    Knap dat jij bij alle goals op je stoel kon blijven zitte, had mij nooit gelukt.
    Ben nooit als combiontduiker daar geweest, wél als genodigde, maar ook dan regelmatig ‘problemen’ gehad als NAC-cer.
    Zo’n gruwelijke hekel aan alles wat met de nerts te maken heeft, en dat is ook de stad daar….

    Gelukkig deed Stijn met zijn jongens 10 jaar later een van mijn NAC dromen uit komen….met speciale ‘dank aan Brad Jones’, Korte en Enevoldsen.

    1

    0