Go to Top

BSRetro: Bart Van Den Eede

BSRetro: Bart Van Den Eede

BSRetro gaat Europa in! Of nou ja: zeker 60 kilometer Europa in. Onder de rook van de Antwerpse haven (en dat is niet helemaal figuurlijk) zijn we te gast bij Bart Van Den Eede, oud-spits van NAC, huidig manager van Golfclub Beveren, op handen gedragen in Den Bosch en Eindhoven, maar tegelijkertijd ook de populairste bankzitter die Breda ooit gekend heeft.

Wie vanaf de E19 naar het zuiden de Ring 2 pakt, moet over de noordelijke ring van Antwerpen, en dat is niet de charmantste entree die ’t Stad te bieden heeft. Maar vanaf Breda is dat de kortste route naar de Singelweg in Beveren: dan moet je langs het havengebied, langs loodsen, fabrieken en raffinaderijen, én door de toltunnel, om vervolgens via een (als je pech hebt openstaande) sluisbrug Golfclub Beveren te bereiken. Maar áls je daar dan aankomt, en je draait je rug naar de uitlaatpijpen en stoomwolken, dan word je verrast door de rust en het natuurschoon vóór je. Een klein stukje goed bijgehouden groen, een lapje heuvelachtig landschap dat in de top drie staat van beste negen holes van België, waar je met een beetje geluk bonte spechten ziet vliegen, een torenvalk ziet stilhangen in de Scheldewind. Idylle aan de economisch belangrijkste rivier van België, slechts gelardeerd met een handjevol fluisterstille Vlamingen die passend gekleed een paar slagen van hun handicap willen weghakken.

We bestellen een spa bruis en een ijsthee in het restaurant van de club, waar op deze woensdagmiddag een groep mannen van boven de 50 in hoorbaar Krabbegats hun laatste ronde van negen holes bespreekt, en waar buiten de vlaggen van een toernooi nog aan de omheining wapperen (Team Rest of the World heeft eerder die week het onderspit gedolven tegen Team East-Flanders). Het is een wereld verwijderd van de hectiek van het profvoetbal, waar Bart Van Den Eede een goede 16 jaar in de spits stond, acht clubs diende en bijna 100 goals in officiële wedstrijden maakte. En dus rijst de vraagt wat golf zo interessant maakt voor voetballers, want Willem van Hanegem en Marco van Basten zijn duidelijk niet de enigen die graag een club in handen hebben. “Toen ik bij Den Bosch speelde woonde ik in Vught, op twee minuten van Golfpark de Pettelaar, en daar ben ik op een middag gebeten door de microben. Als je op de golfbaan op 200 meter verder een vlag ziet staan, en dat balleke landt daar effectief een meter vandaan, dan is dat het zelfde gevoel als een bal in de kruising. Maar of ik er goed in ben… ik stond in Nederland indertijd op handicap 17, dat betekent dat van de tien ballen die je slaat er twee totaal de mist in gaan, acht ongeveer doen wat je wil, maar nog niet één echt doet wat je in gedachten had.”

Oostbloktrainers

Bescheiden als zijn golftalenten misschien zijn, als voetballer zat er veel méér in het vat. Hij debuteert in 1995 als local boy bij SK Beveren, op dat moment een vaste bespeler van onderkant-middenmoot in de hoogste profdivisie van België. “Ik kwam op mijn 17e bij het eerste, ik had het geluk in mijn eerste wedstrijd gelijk de winnende goal te scoren, ik was gelanceerd zoals dat heet. Het was een prachtig iets: het begon gelijk een sprookje. Maar ik heb daarachter wel geleerd dat er ook wel wat anders bij kwam kijken, want het schept gelijk hoge verwachtingen bij de mensen die dan gelijk vergeten dat je pas 17 zijt.”

Daar komt bij dat Van Den Eede, jeugdinternational en bijna jaarlijks topscorer in de opleiding van Beveren, eenmaal bij de senioren niet bepaald op zijn krachten wordt gebruikt. “Beveren speelde altijd Eerste Klasse maar moest altijd vechten om erin te blijven. En het was een tijdperk waarin het Belgisch voetbal bekend stond als betonvoetbal: als zeventienjarige spits was dat niet zo dankbaar. We hadden in die tijd ook trainers uit het Oostblok, noem ik dat maar. Die stelden elf man op, en wezen drie man aan die over de middellijn mochten komen. De rest: liever niet. Eerst de boel dichtgooien, en als we dan ginder kwamen mochten die drie het uitzoeken. En je kent mij: ik was niet de speler die je op de middenlijn zette, en bij een bal in de diepte even zes man de vernieling in sprintte.”

In die ondankbare rol blijft hij aan Beveren verbonden, maar na vier jaar ploeteren in counterploegen is in 1999 het moment misschien wel daar voor een transfer, om “andere lucht te snuiven”, zoals hij het noemt. Zelfs al scoort hij niet overdreven veel op De Freethiel, het talent Van Den Eede is redelijk geliefd als jongen van de streek. “Maar dat keerde een beetje toen ik in een krant had gezegd dat ik weg wilde. Ik speelde wekelijks, want ik werkte hard, en ze konden niet negeren dat ik jeugdinternational was, maar ik stond elke wedstrijd op een eiland. En dat was ik beu. Het was ook de tijd dat Nederlandse clubs geïnteresseerd waren in Belgische talenten, Utrecht en Heerenveen kwamen wel. Maar die deals ketsten dan af omdat Beveren veel te veel geld vroeg… Ik was in het begin van het seizoen vastberaden te vertrekken, maar dat ging dus niet door. En ik was vanaf toen de verrader die niet wilde blijven. Bij alles wat ik fout deed begonnen de fans te fluiten, en erger nog: de trainers merkten dat het publiek me niet waardeerde, en die begonnen dan óók te twijfelen… Het laatste jaar in Beveren was echt de hel.”

The sky is the limit

Wekelijks kritiek, wekelijks gefluit, in een competitie in verval, bij een club die bovendien geen schim meer is van wat ze in de jaren ’70 en ’80 was, toen SK Beveren stuntte tegen Inter, de halve finale van de Europacup II tegen Barcelona nipt verloor, en wat later ook Athletic Bilbao uitschakelde in de UEFA Cup. Van Den Eede wil weg. “Plus: Nederland was in die tijd het beloofde land voor Belgen. Het was voor ons allemaal de uitdaging om bij een goede club in Nederland te geraken. Heerenveen, Utrecht, dat was echt mijn ambitie. Niet voor niets gingen Geert de Vlieger, Bob Peeters, Stefaan Tanghe, Stijn Vreven, een jaar of drie ouder dan ik, allemaal naar Nederland. Overal nieuwe stadions, en ja, ook wat salaris betreft was in Nederland the sky the limit.”

Dat verdient wat uitleg. In 1996 gaat Sport7 wat nieuws doen: een speciale televisiezender puur gericht op sport, met live Eredivisievoetbal als belangrijkste paradepaard, landelijk op de kabel, zonder abonnement of decoder, voor slechts 2 gulden extra kijk-en-luistergeld per huishouden. De uitzendrechten voor het Nederlandse voetbal gaan voor bijna een miljard gulden in de verkoop, en op alle Eredivisieclubs liggen daarmee, uitgesmeerd over een paar jaar, miljoenen extra te wachten. Waarna verreweg de meeste clubs die miljoenen er in praktisch één transferzomer doorheen jassen. Want natuurlijk. Maar als drie maanden (!) later, en veel juridisch getouwtrek en lage kijkcijfers verder, Sport7 alweer failliet gaat, zitten alle clubs nog voor jaren vast aan peperdure contracten, en de spelers die ná 1996 een contract verdienen zijn doorgaans slim genoeg om alleen tegen Sport7-voorwaarden te tekenen. De salarissen exploderen, matige voetballers kunnen ineens overal in de Eredivisie tonnen opstrijken, en totaal niet gerelateerd aan die gekte degradeert NAC in 1999.

We spoelen door naar 2000, en daar zien we de eerste club die wél wil betalen wat SK Beveren voor hem vraagt: FC Den Bosch. Op dat moment een Eredivisieclub, maar wel één die al bijna gedegradeerd is. Van Den Eede tekent. “En dat snapte niemand. Maar ik wel.”

Op handen gedragen

Het niveau, Toto Divisie, schrikt hem niet af. Want: “Ik wist helemaal niet wat het niveau was. Ik speelde vijf, zes jaar bij Beveren in de Eerste Klasse maar altijd tegen degradatie, en ik had daar zuur genoeg van. En, los van het financiële, ik voelde opluchting dat ik weg kon uit België, een frisse start in een voetballand waar ik al een tijdje naartoe wilde, en dan maakte het niveau me niet eens zoveel meer uit. Voor mij speelde de omkadering ook mee, de stadions, het feit dat er veel meer volk naar de wedstrijden kwam, en, wat ik altijd heb gezegd, de positieve voetbalcultuur die er heerste. Men was trots op zijn eigen club, terwijl hier in België alles altijd negatief was.”

Wat ook meehelpt: Hans Brus, eigenaar van ICT-bedrijf Datelnet, pompt geld in FCDB, en niet weinig ook. Hij belooft de begroting van Bosschenaren naar 12 miljoen gulden op te blazen, óngeacht de divisie waarin Den Bosch het jaar erop speelt.

Maar de oplettende BSRetro-lezer voelt al aan: bij het Den Bosch van die tijd kan dat nooit lang goed gaan. Eenmaal gedegradeerd botst bestuurder/sponsor Brus met anderen in de organisatie, en hij trekt zichzelf (en, belangrijker, zijn geld) terug. Ineens is FC Den Bosch financieel op sterven na dood, vertrekt Mark Wotte, en moeten er negen spelers worden ontslagen (waaronder dus Mark Schenning). Van Den Eede ontspringt die dans echter. “Ik had het geluk dat ik precies op dat moment heel goed presteerde. Ik had nog nooit zoveel gescoord in de voorbereiding als toen, en het liep in de competitie ook als een trein. Het voetbal was op mij afgestemd, en ik speelde voor het eerst in een ploeg die gericht was op doelpunten scoren, in plaats van doelpunten tegen krijgen. En met spelers als Arnold Scholten en Fred van der Hoorn hadden we sowieso een goeie ploeg voor de Eerste Divisie: we werden ondanks alle malaise buiten het veld kampioen, met dertien punten verschil met Excelsior.”

Hoogtepunten van Bart Van Den Eede uit zijn tijd bij Den Bosch, 2000-2002. Een video die zo te zien gemaakt is met software uit hetzelfde tijdperk, maar dat terzijde.

Aanvallend Den Bosch

“Ik maakte er 23 in de Eerste Divisie, en nog eens 18 in de Eredivisie en beker het jaar erop,” onderstreept Van Den Eede nog maar eens. “Goeie voetballers hadden we, positieve voetballers, die een doelpunt wilden maken. Op de training in Beveren speelden we soms 8-tegen-8 op de training, dan werd het 0-0, 1-0. In Den Bosch werd het 12-10! Wat is er dan leuker?”

Positief, aanvallend voetbal in De Vliert: dat verbaast. Want het FC Den Bosch van 2001/2002 staat bij iedereen die het meemaakte nog in het geheugen gegrift: gruwelijk defensief, puur op de counter, of ‘realistisch voetbal’ zoals coach Wiljan Vloet het typeert. “Maar ik moet ook opmerken,” zegt Van Den Eede, “nu, vele jaren later, komen we toch ook tot het inzicht dat aanvallend voetbal niet per sé veel te maken heeft met waar je op het veld staat. Het afgelopen WK heeft denk ik ook wel laten zien dat aanvallend voetbal meer is dan met zijn allen aan de 16 staan: die gedachte hadden wij toen ook. We hebben uren getraind op afwerkvormen die 80 meter van de goal begonnen. Dat was een conditionele uitputtingsslag in het begin, je liep je zelf omver, je was uitgeput als je voor de goal kwam, laat staan dat je die bal er nog in kreeg, maar na een tijdje kreeg iedereen ook door hoe we dat moesten aanpakken als collectief. Van der Hoorn had een goede lange bal, we hadden snelle buitenspelers, en als die bal dan kwam wisten we dat we met het hele blok naar voren moesten. En het spel was ook op mij afgestemd, de voorzetten waren in principe voor mij bedoeld, en ik mocht de penalties trappen, dat geeft toch drie vier doelpunten extra op een seizoen. Dus: ja, we zakten ver in, maar kwamen er ook snel weer uit. En ik scoorde veel hè. Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik daar twee jaar op handen werd gedragen. De club, de fans, iedereen.”

Wrang

Zijn sterrenstatus bij Den Bosch levert hem ook opties op, als Den Bosch in 2002 opnieuw degradeert, de goals van Van Den Eede ten spijt. “Ik denk dat ik op dat moment keuze had uit tien clubs, in Nederland en daarbuiten, clubs van subtopniveau. Maar waarom koos ik dan NAC? Ik weet nog goed dat ik tijdens NAC-Den Bosch het jaar ervoor, op een rustig moment, in de middencirkel stond, om me heen keek en dacht: ‘dit is toch wel een heel mooie club, dit’. Als je op dat veld staat, en dat mooie stadion zit vol, iedereen kort op het veld, dan heeft het alles. En dicht bij de grens, een fantastisch sportief project, met enorm veel goede spelers. Dat seizoen dat we Europees voetbal afdwongen, het niveau wat we haalden op training, de simpele rondo’s, de wedstrijdjes, dat was echt top. Ik voelde dat ik elke dag op de toppen van mijn tenen moest lopen om het niveau zelfs maar te halen. Stewart. Schreuder. Penders. Babos. Féhèr. Petö. Engelaar die ontbolsterde. Bobson. Boussaboun. Diba die erbij kwam. We kregen zelfs Igor Korneev er nog bij. Die kon niet meer lopen, maar wat hij op trainingen liet zien… We speelden partijtjes tussen de twee zestiens in, Korneev kwam de middencirkel niet meer uit, maar als de keeper het ook maar waagde vijf meter van zijn lijn te gaan staan: bam, net onder de lat. Bij sommigen lukt dat eens in je carrière, maar ik heb het hem vier, vijf keer zien doen. Maar ook buiten het veld, die sfeer die bij NAC in het stadion hing, dat was fantastisch, daar doe je het voor als voetballer. En, ik zal eerlijk zijn, ik kreeg er ook een fantastisch contract (lacht).”

De keus van NAC voor Van Den Eede is omgekeerd net zo goed te begrijpen: Van Den Eede was jeugdinternational, maar is anno 2002 doorgedrongen tot de voorselectie van de Rode Duivels, hij heeft laten zien te kunnen scoren op Eredivisieniveau, en het hele linkerrijtje dingt naar zijn hand. Alle ingrediënten zijn aanwezig om van zijn overstap naar Breda een succes te maken. Maar de werkelijkheid is wrang: wie Van Den Eede heeft zien voetballen weet dat het anders gegaan is. “Als ik er nu op terugkijk overheerst op gans mijn carrière maar één ding waar ik echt spijt van heb: dat het sportief niet gelukt is bij NAC. En dan kun je op Jan en alleman gaan steken, feit is dat het niet is gelukt. Als ik naar mezelf kijk: het was voor het eerst dat ik echt de topaankoop was, en waarbij iedereen wat van me verwachtte. En in Breda waren er nogal wat mensen die dachten: ‘hij gaat er 35 maken, dat kan niet anders.’ Achteraf gezien was ik helemaal niet klaar om met die druk om te gaan. En dan heb je juist mensen om je heen nodig die je daar doorheen helpen, maar ik had juist het omgekeerde.”

Verkrampt

Want eenmaal bij de selectie aangesloten botst hij al vrij snel met trainer Henk ten Cate. “Nog altijd vraag ik me af waar dat aan lag, maar al na een paar dagen trainen voelde ik: hij mag me niet. Hij zocht me. Als er iets fout gaat op de training kun je óf het even laten gaan en later iets goeds bewieroken, of je kunt er bam, bovenop zitten, je kunt al het goede aan de kant gooien en continu het slechte zoeken. Misschien is dat zijn stijl. Maar je speelt op een gegeven moment niet meer vrijuit als alle aandacht alleen maar op het negatieve ligt.”

“Je hebt gewone wedstrijdspanning, dat was bij mij altijd een uur van tevoren, dan was je wat aan het wiebelen, had je extra focus, bij mij resulteerde dat altijd in lichte hoofdpijn. Maar als ik dan eenmaal het veld opging, en ik zo eens rondkeek in het stadion, dan was ik het allemaal vergeten, dan wilde ik gewoon plezier maken op het veld. Dat lukt na een tijdje totaal niet meer, ik was gewoon verkrampt.”

“Ik herinner me een uitwedstrijd, in Auxerre tegen Troyes, voor de Intertoto. Ik ben er eerlijk in: op dat moment moest ik er meteen staan, en ik stond er gewoon niet. We hadden, typisch voor de voorbereiding, heel zwaar getraind, en ik moest daarbij ook nog wennen aan het niveauverschil, want ook op de training was NAC toen een heel ander niveau dan Den Bosch. Voor die wedstrijd zaten we zeven uur in de bus, en dan kwamen we bij een krakkemikkig hotelleke uit, zonder airco, terwijl het buiten 35 graden was. We zaten kapot te gaan, geen weer voor een Belg van 1.95. Tijdens die wedstrijd heb ik de eerste helft werkelijk geen bal geraakt, alsof ik tegen een betonnen muur liep. Maar in de rust is het in de kleedkamer een kwartier lang alleen maar over mij gegaan, niets was goed, alles lag kennelijk aan mij. En dan mag je weer het veld op… de busrit terug naar Nederland heeft voor mij nog nooit zó lang geduurd. En dat was nog tijdens de voorbereiding.”

Ideale mix

Bovendien rendeert Van Den Eede niet geweldig in het 4-3-3 zoals Ten Cate voor ogen heeft. “Buitenspelers Ali Boussaboun en Kevin Bobson waren spelers die altijd eerst zelf de actie zochten, maar zij hadden nou net geen goede voorzet. En dan kom je in een cyclus: had ik wéér voor niets positie gekozen, kwam die bal wéér niet. En dan bleven de goals uit, en dan begon het publiek te morren, want ik was de grote dure aankoop maar ik scoorde niet, en daar voelde ik me dan zeker niet beter van. Een vicieuze cirkel. Op dat moment was er niemand die er ook maar iets aan deed bij NAC om mij daarin te helpen. En dat was voor mij de dooddoener. Ik was bij Beveren al eens uitgefloten, en dat hakte erin, maar bij Den Bosch was het twee jaar lang heel goed gegaan. Misschien was dat het ook wel: ik liep bij NAC binnen op de roze wolk van mijn Den Bosch-tijd, en dat was binnen een paar weken helemaal afgelopen.”

Daar komt ook nog bij dat het bestuur van NAC financieel minder vaardig blijkt dan gedacht (je verwacht het niet). Kennelijk is er een rekenfout begaan, waardoor Van Den Eede nog duurder blijkt te zijn dan oorspronkelijk becijferd. “En dus kreeg ik de vraag of ik opnieuw wilde komen onderhandelen over mijn contract. Maar mijn zaakwaarnemer zei, heel terecht: ‘iedereen was bij zijn volle verstand toen de handtekeningen onder dat contract kwamen, dus wij gaan daar niet op in’. En dan kom je in een situatie waarbij het op het veld niet loopt, maar ook op kantoor de deuren voor je gezicht dichtvallen: een ideale mix voor mislukking. En dat later dat seizoen de blessures ook nog eens kwamen, dat heeft allemaal met elkaar te maken: als ik me niet goed voelde kreeg ik vaak spierblessures, en dat was altijd puur door de spanning. Maar dat werd, hoewel ik later bij Willem II, bij NEC, bij Westerlo een hogere trainingsintensiteit altijd zonder problemen heb kunnen meedraaien, bij NAC uitgelegd als een gevolg van de zwaardere belasting, die ik volgens de club niet aan zou kunnen.”

Terugkijken

Hoewel de tijd misschien niet alle wonden heelt, is er nu, 16 jaar later, ook inzicht. “Ik weet dat ik geen topspeler was, maar ik weet ook: als ik goed gebruikt werd was ik altijd van nut. En dat is bij NAC simpelweg nooit gebeurd. Ondertussen ben ik ook veertig, ik weet uit ervaring dat je mensen kunt maken en kraken. En, OK, misschien heeft Ten Cate niet veel gedaan om mij te maken. Maar misschien is dat zijn stijl. Misschien wilde hij me geen pluimen in mijn kont steken, wilde hij met net hard maken, zodat dat later zijn vruchten af zou werpen. Maar hij kan zichzelf niet veranderen, en ik kon de knop op dat moment ook niet omzetten. Ik heb dikwijls gedacht: ‘man, leg het eens naast je en ga gewoon lekker voetballen’, maar dat lukte gewoon niet meer.”

“Maar ik wil benadrukken: ik geef Ten Cate absoluut niet de schuld, sterker, ik kan hem 15 jaar later zelfs goed begrijpen. Hij werd natuurlijk ook afgerekend op resultaten, hij werd er ook ambetanterig van als zijn spits weer niet scoorde, ik kan me dat nu veel meer voorstellen. Bij sommige trainers kwam dan misschien de psycholoog of diplomaat naar boven, maar dat past gewoon niet bij hem. Kon ik daar mee omgaan, toen? Nee. Is dat zonde geweest voor mij? Ja. Voor hem? Zeker niet. Hij heeft Europees voetbal gehaald, is daarna assistent bij Barcelona geworden, heeft hij Ajax, bij Chelsea gewerkt, ik denk niet dat het hém nog problemen gegeven heeft.”

Raadsel

Maar NAC is NAC niet als er niets tegendraads aan de situatie is: ook al speelt Van Den Eede niet veel, en scoort hij nauwelijks als hij wél speelt, de NAC-supporters lopen met hem weg. Hij wordt toegezongen als hij op de bank zit, als hij warm loopt, als hij in het café of op straat wordt herkend. “Ik was heel graag gezien bij de supporters, als ze me in de stad zagen was het iedere keer feest, totaal niet terecht. En waarom dat was is me nog steeds een raadsel. Misschien vonden ze me een toffe mens, maar ik denk dat ze vooral zagen dat ik er altijd voor ging. En voor een NAC-supporter is dat altijd heel belangrijk geweest, spelers die hun truike nat willen maken, nou ja, dat was ik wel. En toen later de verhalen naar buiten kwamen dat het niet goed liep tussen mij en de trainer, toen begonnen de mensen mijn situatie ook wel te begrijpen. Maar hoe leuk ik de club ook vond, hoe zeer ik me ook geliefd voelde door de fans, het klimaat op de club was in 2003 voor mij gewoon niet goed. Het maakte ook dat ik, wanneer ze van de tribune mijn naam ook scandeerden als ik op de bank zat, me daar zelfs een beetje voor schaamde. Dan dacht ik: ‘jongens, doe nou niet, de trainer wordt daar niet vrolijk van, en ik verdien het ook niet.’ Als zelfs positieve aandacht negatief voelt, dan voel je je écht niet goed.”

Die populariteit is ook niet zomaar voorbij als hij uit Breda vertrokken is. “Ik liep een paar jaar later, toen ik al bij Westerlo zat, nog eens met mijn vrouw door Breda, op een zaterdagmiddag, in die straat van ’t Stammeneke en zo. Ineens komen er allemaal gasten uit dat café, die begonnen me gelijk weer toe te zingen, godverdikke, ik wist niet waar ik moest kijken. Allee, dat ze dat voor Pierre van Hooijdonk doen zou ik begrijpen, maar voor mij…”

Blad voor de mond

Een andere eigenschap die maakt dat Van Den Eede populair wordt is misschien ook wel zijn eerlijkheid. In zijn tijd in België komt hij wel eens in de problemen als hij weer een open interview geeft (“dan stond mijn trainer weer te roepen: ‘godverdoeme, wat hebben ze in die krant geschreven!?'”), en dat wordt in Nederland zeker niet minder. Pak bijvoorbeeld een interview met de Volkskrant, uit 2001: hij  neemt geen blad voor de mond, en dat is niet de eerste én niet de laatste keer tijdens zijn verblijf in Nederland. En, voor zover het niet duidelijk wordt uit dit stuk, Van Den Eede is daar niet veel in veranderd. Hij is open, antwoordt uitgebreid, neemt de tijd voor wie hij tegenover zich heeft. “In interviews zei ik inderdaad wel dingen die anderen niet zeiden. Dat heb ik altijd wel gedaan, en dat vind ik ook goed. En dat doe ik nog steeds, hier op de golfclub ook: als er iets niet goed is, dan zeg ik het ook. Nu kan ik zeggen: dat heb ik in Nederland geleerd, maar eerlijk gezegd gaf ik voor die tijd in België ook wel interviews waarbij ik op het matje moest bij de trainer. Dat zat er altijd wel een beetje in, maar dat is in Nederland zeker verder ontwikkeld. Daar kon dat veel meer, daar kon je veel meer zeggen, dat vond ik prachtig.”

Koperen ketels

Als de interviewer suggereert dat Ten Cate misschien ook geen goede match was met de biercultuur die er rond NAC hangt, is Van Den Eede het daar niet helemaal mee eens. “Die stond natuurlijk samen met Ton Lokhoff ook aan het bier na de wedstrijd. Maar ik kan me als trainer voorstellen dat je er minder moeite mee hebt dat je diepe spits even tien bierkes achterover klikt wanneer hij een hattrick heeft gemaakt, dan wanneer hij alwéér niet gescoord heeft.”

Die reactie zegt ook iets over de mens Van Den Eede, die een goede sfeer naast het veld nodig heeft om zich óp het veld goed te voelen. “Op het eind van mijn tijd in Nijmegen begon ik me te ergeren. Je merkte, de sfeer was anders, Nederlands, heel anders dan in Breda. Als we eens met de selectie wat gingen eten moest dat altijd in het sjiekste restaurant van de stad zijn, want anders was het niet goed genoeg. Weinig sfeer, spelers die vroegen of het dessert verplicht was, of ze weg konden. Dat botste met hoe ik ben: ik wil het gewoon leuk hebben.”

“Bij Westerlo gingen we de eerste keer met het team wat eten, bij een boerderij waar de kippekes gewoon over liepen. Een zaakje net naast de weg. Dat werd uitgebaat door een vrouw van 60, een hulpje van 30, en het was heel simpel, een biefstuk friet. Een cultuurschok, na NEC. Maar we mochten er ook zelf de muziek verzorgen. Er hingen als versiering koperen ketels aan de muur, die werden binnen de kortste keren vol bier getapt en doorgegeven aan tafel, binnen het uur stond de muziek keihard en stond het hele team ‘You’ll never walk alone’ te zingen. Schitterend.”

“Dat plezier is een rode draad in mijn carrière geweest. Ik word nog wel eens gevraagd of het anders zou zijn gelopen, of ik nog een stap hoger had kunnen zetten als ik dat allemaal had gelaten. Maar ik had dat nodig, ik was meestal voor de wedstrijd toch ook al bezig met wat we daarna gingen doen. Ik zou doodongelukkig zijn geworden als ze mij 90 minuten hadden laten spelen en daarna gelijk terug in de auto hadden gezet.”

Dan, min of meer plotseling: “Wildegij soms iets eten of zo?” De ober wordt gewenkt.

Oosterburen

Terug naar het voetbal. Terwijl Breda en omstreken nog ligt na te schokken van het feest na de plaatsing voor de UEFA Cup in 2003, begint de voorbereiding op het nieuwe seizoen in huize Van Den Eede zoals het vorige seizoen eindigde: in vertwijfeling. “Enerzijds zou ik blij zijn dat ik er weg zou kunnen. In de krant had ik Lokhoff al zien zeggen dat er ook wat spelers mochten vertrekken, waaronder ikzelf, dus ik moest me ook geen illusies maken: eerste keus zou ik niet zijn. Maar het tegenstrijdige was, en dat heb ik nergens anders gehad, de club sprak me zo enorm aan. Ik was daar zo graag, want NAC was me op het lijf geschreven”.

De trainer die hem naar Den Bosch haalde, Mark Wotte, hangt niet veel later aan de lijn: of hij misschien naar William Two wil komen. Van Den Eede gaat erop in. Zijn tijd daar verloopt niet zonder succes, hij hervindt langzaam vertrouwen, maakt zes goals, scoort er twee in de thuiswedstrijd tegen PSV (beelden van de 3-1 winstpartij voor de 013-boys hier), en de Flessenplassers worden dat jaar verdienstelijk zevende, twee plekken boven ons eigen NAC. Maar Van Den Eede, die nog steeds onder contract staat in Breda, is voor Boven-Goirle niet te betalen. “En daar was ik ook niet rouwig om. Ik had ook goed gespeeld tegen NAC. Na die wedstrijden sprak ik Lokhoff nog even, en, zoiets kan dan in iets kleins zitten, in twee zinnen, maar ik merkte: hij benaderde mij heel anders dan Ten Cate, gaf me complimenten. Lokhoff respecteerde me toen ik in 2004 terug in Breda was wél, waardeerde me als pinchhitter: als het dan niet liep ging ik een half uurtje gelijk gek aan de slag, en dan waren die supporters positief terug. Boussaboun speelde zijn beste half jaar en stond in de basis, maar ik had er geen problemen mee, ik was graag bij NAC, ik voelde me gewaardeerd. Geen vuiltje aan de lucht.”

We klappen de menukaarten dicht. Van Den Eede bestelt een salade club house. De interviewer, het bescheiden type, bestelt een croque monsieur. Een frons aan de overkant van de tafel. “Croque monsieur? Da’s helemaal niet lekker eten, zenne? Niks anders hebben jong, zedde zeker? Croque monsieur toch nie man, staan zoveel lekkere dingen op!” De interviewer herziet, op aanraden, zijn bestelling, en neemt ‘d’n burger’. “En zorg da’t goe is,” wordt de ober geïnstrueerd.

Lok lokt

Terug naar 2004/05. Er lijkt een eind-goed-al-goed aan zijn verblijf bij NAC te komen. Maar dat is buiten Cees Lok gerekend. “Een gek verhaal, maar echt gebeurd: op maandag waren we naar het Bredaas carnaval gegaan met het elftal. Leuke avond gehad, ik herinner me daar ook nog stukken van. De dag erop waren we vrij, dus ik zat iets met mijn vrouw te eten ’s middags. En ik zeg haar: ‘dat NAC is een toffe club, ik ben daar ongelooflijk graag, maar het begint me te vervelen dat ik niet speel. Misschien, als er een andere club zou komen waar ik zou spelen, dat ik het zou doen.’ Nog geen half uur later belt mijn zaakwaarnemer! Die vraagt me of ik het zou zien zitten om een paar maanden verhuurd te worden aan NEC. Ik wist niet wie de trainer was, maar nog diezelfde dag hing ik een uur met Cees Lok aan de lijn: hij was helemaal overtuigd, ik zou daar gaan spelen, die en die speler om me heen, en dan zou ik zien dat ik helemaal zou opbloeien. En dat is uitgekomen.”

Opbloeien, overtuigen, het zijn geen termen die je met Cees Lok zou associëren, zeker als je naar Julian Jenner zou luisteren. Van Den Eede heeft een totaal andere ervaring. “Voor mij was dat een held, schitterend. Ik vond hem een toptrainer, hij werkte heel vooruitstrevend, had nieuwe ideeën over voetbal, en hij was een échte people manager. We belden op een dinsdag, op woensdag had ik een medische keuring en daarna moest ik gelijk meetrainen. Na de training nodigt hij met uit om met zijn twee een hapje te gaan eten. Het was net alsof ik met mijn vader over voetbal kon babbelen met die mens, zoveel vertrouwen als hij uitstraalde. Ik had zorgen over of ik die zaterdag wel in de basis kon starten, want dat was wel weer even geleden en conditioneel had ik zo mijn twijfels… Maar Lok zei(met een accent dat in Vlaanderen Hollands genoemd wordt, red.): ‘Ach joh, als je er alleen al stáát is het al goed’. Ik voelde me na twee dagen ineens al een meter groter. Heeft hij daarna fouten gemaakt, dingen anders moeten doen? Dat zal zeer zeker wel, maar ik kan alleen spreken over die periode. En daarin is hij enorm belangrijk voor me geweest.”

“Juffrouw, mogen we nog iets drinken alsjeblieft?” De interviewer wordt vragend aangekeken: “Iets anders? Het is twee uur, een bierke mag kunnen… Mag dat iets donker zijn? Eentje mag. Twee donkere trappistjes dan, een blauw Chimay’ke,” vraagt hij de serveerster. De serveerster gaat kijken, en vreest teleur te moeten stellen, want de Waalse Trappist is nog niet koud. “Nee, maar een Chimay moet niet echt koud staan,” spreekt kenner Van Den Eede, en voilà, daar komt het bier op tafel. Van 9 procent. Maar eentje mag.

B-Kern Blues

Hoewel NEC als club misschien iets minder bij Van Den Eede past (“tja, dat was toch geen Breda… Eerst naar de Carnac en daarna nog naar ’t Stammeneke, dat lag me toch beter”), is hij er sportief vrij goed op zijn plek. In 2006 vertrekt hij terug naar België: hij speelt onder Belgische legende Jan Ceulemans bij subtopper Westerlo, waar hij vooral als lange bliksemafleider en aangever fungeert, en wordt dan, in 2008, door Jan (of Johan, voor de Vlaamse lezers) Boskamp verleid om bij promovendus FC Dender EH te komen spelen.

En dat had hij misschien beter niet gedaan. “Boskamp had een prachtig verhaal, ik werd 32, kon voor drie jaar tekenen én ik kreeg een goed contract. Op zo’n leeftijd zeg je daar geen nee tegen. Maar Dender was in drie jaar van de Derde Klasse als een half mirakel naar de Eerste Klasse gepromoveerd, en op alle vlakken was de club daar gewoon niet klaar voor. We degradeerden meteen dat seizoen. En dus mocht ik daarna komen praten bij de voorzitter. ‘Bart, ik vind je een toffe gast, maar je zult ook wel begrijpen dat, nu we gedegradeerd zijn, we jou niet kunnen betalen. Je zult dus wel akkoord gaan met verbreken van het contract in wederzijds overleg.’ ‘Nou, dan hebben we toch een meningsverschilleke,’ zei ik, ‘ik ben 33, ik heb geen goed seizoen achter de rug, ik weet niet of ik nog eens zo’n contract ergens anders kan gaan krijgen…’”

En dat komt uit. Het nieuwe seizoen begint, Van Den Eede heeft geen nieuwe club. Dat betekent dat hij bij de B-kern aan moet sluiten, het tweede elftal, en geen rol kan, of mág, spelen. “Dus daar zat ik dan. 33 jaar, dagelijks op een training om zeven uur ’s avonds, buiten koud en nat, in een kleedkamer met gastjes van 17, 18 jaar. Dan kan ik je zeggen: dan is de goesting snel over. De druppel viel op 1 januari: ze wilden me laten komen trainen op Nieuwjaarsdag, puur zodat ze mijn contract vanwege werkweigering konden beëindigen als ik niet zou komen opdagen. Maar ik ben gegaan: om 10:00, in het bos, met nog vier, vijf brave jongens uit de B-kern. Ik heb dat gedaan, bijna wandelend, maar ik was er. Maar toch heb ik wel bedacht: ik moet hier iets aan doen.”

Maandag 1 maart 2010: Van Den Eede schiet FC Eindhoven naar de periodetitel, een volksfeestje barst los bij het Jan Louwers Stadion. Trainer Jan Poortvliet heeft er onderweg naartoe al op geproost, vermoedelijk. (Video met dank aan Omroep Brabant)

Kapot geamuseerd

Een telefoontje naar Jan Poortvliet, die met Van Den Eede een decennium eerder kampioen werd met Den Bosch, volstaat voor een huurperiode bij FC Eindhoven. “Dender kreeg een peanuts huursommetje, ze betaalden mijn salaris door, en dus ging ik. Elke dag 115 kilometer heen én 115 kilometer terug, over de ring van Antwerpen, maar ik heb een fantastisch half jaar gehad daar. Met Poortvliet leek het geen dag op werken. En wat nog straffer was, Eindhoven zette na mijn komst een serie van tien winstpartijen op rij neer. De beslissende wedstrijd in Veendam voor de periodetitel wonnen we met 0-1, en ik scoorde die in 89e minuut. Dan zit je van Veendam naar Eindhoven vier uur in een bus terug in de polonaise. Dat was echt de max. Volgens mij heb ik door alle hotelkosten er niets aan overgehouden, maar ik heb me daar een half jaar kapot geamuseerd.”

Dat half jaar blijkt Van Den Eede’s laatste kunstje als voetballer. “Ik had aan het eind van mijn carrière twee keer een achillespeesblessure, dus voordat ik stopte trainde ik elke dag met pijn aan mijn pees, pijn aan mijn enkel, pijn aan mijn hiel… En dat lange rijden deed het ook geen goed, die voet op dat pedaal was echt niet goed voor die achillespees, als ik in Eindhoven uitstapte was het nog net niet voor in een rolstoel. De fun was er wel van af. Ik had er genoeg van elke dag pijn te hebben, drie keer in de week op de massagetafel losgegooid te moeten worden, elke dag bij die kinees (kinesist, Vlaams voor fysiotherapeut, red.) te moeten uitleggen wat er was. Voor mij was het goed zo.”

DNA

En dus spreken we Van Den Eede hier, op de golfclub. Na zijn spelerscarrière werkt hij bij de VVCS, als begeleider van spelers en trainers in België, maar na een paar jaar trekt hij zich terug uit de voetballerij. Hij bezoekt zijn oude club SK Beveren, dat inmiddels gefusioneerd is tot Waasland-Beveren, met regelmaat, ook omdat zijn zoons daar nu in de jeugd spelen (“de één is diepe spits, en eigenlijk een kopie van mij, alleen kan hij wél lopen, d’n ander is rechtsachter, die is een afwijking”) , maar een officiële functie in het voetbal heeft hij nochtans niet. Vanuit zijn ervaring die hij opdoet bij de VVCS in het onderhandelen van contracten maakt hij van zijn hobby vervolgens zijn werk, door zichzelf als manager aan te bieden bij Golfclub Beveren, een organisatie die hij mee helpt professionaliseren en groeien, en waar hij iedereen aanstuurt, van het restaurantpersoneel tot de greenkeepers.

Zijn manier van managen van de club en organiseren van activiteiten, en ook de gastvrije manier waarop hij zijn Bredaas bezoek ontvangt, doen vermoeden dat hij in zijn werk dicht bij zichzelf gebleven is. Dat strookt ook met hoe hij zich altijd naar media heeft gepresenteerd, én hoe hij zijn keuzes heeft gemaakt in zijn sportieve carrière. Maar uitgerekend bij NAC is er voetballend nooit uitgekomen wat er zeker in had gezeten. Als er één club dicht bij hem stond, dan was het die club van toffe jongens aan de Rat Verleghstraat wel, waar hij in de bloei van zijn carrière tekende, mateloos populair was (we zitten immers niet voor niks tegenover hem, 15 jaar later) en nog altijd goede herinneringen aan heeft. En dat steekt. Nog steeds.

“Ik heb een mooie carrière gehad, bij mooie clubs gespeeld. Maar sportief is het me niet gelukt bij net die éne de club die qua DNA helemaal ‘mij’ is. En de vraag over waaróm het bij NAC niet gelukt is gaat me nooit loslaten. Mijn kinderen zijn van een leeftijd dat ze ook wel weten dat ik een sportcarrière heb gehad, dus een paar jaar terug heb ik ze vol trots meegenomen naar een thuiswedstrijd NAC. Ik wilde ze een goede indruk geven van waar papa ook heeft gespeeld. En die zitten dan in het stadion met gruute mond te kijken, vragen van alles en nog wat, maar eigenlijk wil ik er niks over vertellen. Dat geeft een gewrongen gevoel.”

Bron: B-Side Rats

17 Reacties op "BSRetro: Bart Van Den Eede"

  • Willemf5
    9 oktober, 2018 - 18:56

    Wow, dat zijn veel letters…

    17

    2
  • Babosje
    9 oktober, 2018 - 18:58

    Bartje, je hebt voor de mooiste club van nederland gespeeld en we kennen je nog steeds! Dat kan niet iedereen zeggen!
    Niet treuren ondanks dat het niet helemaal is gelopen zoals je wilde!
    Kop op!

    19

    1
  • scheppioni
    9 oktober, 2018 - 19:40

    De man waarvoor ons NAC onverantwoord gek ging doen !!!??? Oltmans kreeg een klap van een hockey stick destijds denk ik, bracht de club financieel mede hierdoor bijna naar de afgrond, verder heb ik niks tegen Bart, een speler zoals dertien in een dozijn ! Het ga Bartje goed !

    3

    8
  • Spitfire
    9 oktober, 2018 - 19:44

    Wat een fantastisch interview, dikke complimenten voor Castor!

    En Bartje van het Tweede, voor mij het schoolvoorbeeld uit een lange, lange reeks aanwinsten waar ik heel blij mee was omdat ze de pannen van het dak speelde, behalve bij NAC….

    18

    1
  • Flip Fluitketel
    9 oktober, 2018 - 20:06

    En Simons is voor jullie, Simons is voor jullie
    Simons is voor juhulie…
    En Bartje is van ons!

    Mooie herinnering.

    9

    0
  • Kinderkaartje
    9 oktober, 2018 - 20:17

    Mooi verhaal. mooie kerel.

    Wat me opvalt; er zijn toch wel een hoop spelers geweest die het voordat ze naar NAC kwamen goed deden en daarna ook weer.

    Maar de periode DAT ze bij NAC zaten net niet presteerden.

    5

    1
  • RaraNAC
    9 oktober, 2018 - 20:22

    Geweldig interview! Goeie vent ook. Ik weet eigenlijk ook niet waarom hij zo geliefd was. Ik kan mij geen actie of iets herinneren maar ik zing meteen zijn liedje wat verdomme de hele week in mijn hoofd blijft.

    En die van @flip Fluitketel was ik dus wel helemaal vergeten! Die was ook echt goed.

    3

    1
  • malpolon
    9 oktober, 2018 - 20:36

    @RaraNAC

    Volgens mij was hij zo geliefd omdat hij in het begin van zijn NAC-periode scoorde tegen Willem II.

    2

    1
  • Niels
    9 oktober, 2018 - 20:42

    Super interview, bedankt BSR!!!?

    Bartje van den Edeeeeeeeeee

    8

    1
  • Michel
    9 oktober, 2018 - 21:11

    Die man was cult, maar minder cult dan Atilla Tokoli waar iedere keer berichten op DROL over kwamen maar die zelf niet kwam…

    Mooie tijd :)

    7

    3
  • Vreven4president
    9 oktober, 2018 - 21:16

    Mooi verslag inderdaad! Was er net 2 jaar bij, maar kan me Bartje als voetballer niet meer herinneren. Maar toen was het ook nog VakkieG poedersuiker.

    Die trainer van Eindhoven had een lange busreis achter de rug haha.

    1

    0
  • Ratkopf
    9 oktober, 2018 - 21:52

    De duurste aankoop aller tijden €1.000.000 als ik me niet vergis, ooit nog een shirtje mis gelopen op voetbal kamp omdat de beste man geen Vlaamse patat van Hollandse patat kon onderscheiden

    1

    1
  • Rooie Jo
    9 oktober, 2018 - 22:07

    Wat een heerlijke interviews zijn dit toch! @BSideRats: al eens nagedacht om na een seizoen deze diepteinterviews te bundelen en een boekske uit te geven?

    5

    1
  • Catweazle
    10 oktober, 2018 - 04:29

    @Michel,

    Niet alleen Atilla Tokoli werd veel genoemd op DROL. Wat te denken van Jared Borgetti? Ook hij heeft vele potentiële wedstrijden in het NAC shirt gespeeld.

    Mooie tijd inderdaad..

    2

    1
  • Michel
    10 oktober, 2018 - 07:24

    @Catweazle

    Ja, dat was er ook zo eentje! Legendarische namen die altijd zouden komen maar nooit echt kwamen.

    1

    0
  • Dutchbird
    10 oktober, 2018 - 10:50

    Fantastisch interview, grote klasse, chapeau!

    0

    0
  • Tuinzigt85
    10 oktober, 2018 - 12:54

    @flip fluitketel.

    En ook zongen we; En Ali hebben we ook!!! En Simons is van jullie….

    1

    0