Go to Top

BSRetro: François Gesthuizen

BSRetro: François Gesthuizen

De trein rolt over de Waal de stad binnen. De Sint Stevens kun je horen slaan van bovenop zijn heuvel, ergens op een marktpleintje staat Moenen lieve woordjes in het oor van Mariken te fluisteren, en door de struiken van het Kronenburg Park kun je nog wat quasi-poëtische quatschpraatjes van Frank Boeijen horen ruisen. Dan weet je: je bent in Nijmegen. In de Cordial-variant van het Goffertstadion treffen we oud-middenvelder van PSV, Fortuna, Cambuur, TOP Oss, maar vooral ons eigen NAC, François Gesthuizen.

De training van François Gesthuizen, coach van de B1 van NEC, loopt uit, dus we hebben tijd genoeg om een partijtje te VIP-spotten in Bikkels, stadionrestaurant en café in één. Kijk iets te lang in de menukaart en je mist Mart Dijkstra die fris gedoucht naar buiten loopt. Aanvoerder Rens van Eijden keuvelt wat met twee trainers, helemaal achterin bij de bar. Zonder clubkostuum zou je er haast naast kijken, maar inderdaad, daar zit Tom Overtoom in bespreking met iemand, in het Engels for some reason. En uit een ooghoek zie je buiten zelfs nog die goeie ouwe Patrick Pothuizen voorbij komen, Eredivisie-recordhouder met in totaal 84 gele kaarten (wat ook gemiddeld per seizoen een Joeri De Kamps-achtige prestatie is).

De vorige keer dat NEC op iets Bredaas stuitte was het gelijk foute boel in de Bloedkuul. Cyriel Dessers flapte er een rits goals in, Stijn Vreven leverde zijn eerste topprestatie als trainer, en 750 man in het uitvak (en een paar tientallen erbuiten) gingen uit hun plaat, nog los van de nog eens duizenden fans die op P5 stonden. NAC promoveerde, de Grote Markt ging een keer of 13 naar links/naar rechts, Andries Noppert speelde trompet, en heel Breda droomde van een stabiele toekomst in de Eredivisie (iets wat we nog steeds doen, trouwens).

Maar dat ging ten koste van NEC, dat, bijna anderhalf jaar later, nog altijd in de Eerste Divisie met zichzelf loopt te worstelen. Wanneer we Gesthuizen spreken, fris gedoucht en nog altijd een fitte indruk makend, staat het eerste van NEC aan de vooravond van een 4-0 verliesbeurt tegen Jong Ajax. “Gedegradeerde Eredivisieploegen hebben het altijd moeilijker in de Eerste Divisie dan ze zelf zouden verwachten, dat zag je aan NAC, dat zag je vorig jaar aan Go Ahead, dat zie je nu aan Roda, en NEC is daar eigenlijk geen uitzondering op. Als organisatie moet je zien te overleven in een heel andere omgeving, je spelers moeten ineens gaan presteren in kleinere, lege stadions, het verwachtingspatroon wordt heel anders, en zeker in onze tijd werd je in de Eerste Divisie geconfronteerd met een heel ander type voetbal,” zegt Gesthuizen, geboren en getogen in Millingen aan de Rijn, een kilometer of 20 stroomopwaarts vanaf Nijmegen, bijna tegen Duitsland aan. Hij is een jongen van de streek, hij spreekt met een mooi zuid-Gelders accent, maar een clubicoon van NEC is hij nooit geworden. Sterker, het eerste van NEC zal hij nooit halen. Hij speelt er één jaartje in de jeugd, maar is dan al niet meer te houden voor de Roodgroenzwarten: zowel PSV als Ajax staan dan voor hem op de stoep.

Internaat

Hij maakt de overstap naar PSV, mede omdat hij daar meer begeleiding kan krijgen om zijn school af te maken (“al was dat vooral een wens vanuit mijn ouders”), waar hij in het jeugdinternaat wordt opgenomen: met een half elftal jongens van buiten de regio, onder hoede van een gastgezin. “En dat was zwaar. Op zaterdagen hadden we een wedstrijd, daarna mochten we even met onze eigen ouders mee, terug naar huis, en op zondagavond werden we dan weer in Eindhoven verwacht. Ik heb meermaals met traantjes in de ogen de trein teruggepakt op zondag, het viel me als jongen uit een dorp, en één van de jongsten daar, echt niet mee. Ik heb er veel voor moeten opgeven, ook sociaal. Als mijn vrienden uit Millingen op zaterdagavond stap gingen, of naar de kermis in het dorp, dan kon ik ze vanuit mijn slaapkamer nog horen feesten, terwijl ik probeerde te slapen. Moeilijk, voor een jonge jongen.”

“Als ik ook kijk naar de begeleiding die spelers vandaag de dag kunnen krijgen, zelfs hier bij NEC… als ik dat had gehad was ik misschien wel nooit vertrokken. In mijn tijd in de jeugd van PSV was er amper psychologische begeleiding of iets dergelijks, maar als NEC de faciliteiten had die het nu heeft was ik nooit in zo’n internaat gegaan. Maar ik heb door het voetbal ook allemaal dingen meegemaakt die mijn vrienden uit Millingen misschien ook wel hadden gewild. We zijn met de jeugd van PSV heel Europa doorgereisd, op toernooien, we hebben een trip naar de VS gehad, titels gewonnen, vaak kampioen geweest. Dat was natuurlijk wel heel mooi.” En niet alleen met de PSV-jeugd, trouwens. “Ik was nog geen week uit Nijmegen vertrokken of ik werd al opgenomen in de jeugdselecties van het Nederlands Elftal. Kennelijk liep de communicatie tussen PSV en de KNVB ietsjes vlotter dan tussen Zeist en Nijmegen, want ik denk niet dat ik in een week een veel betere voetballer was geworden.”

Die vertegenwoordigende elftallen ten spijt, de overstap naar de hoofdmacht blijkt er misschien één te ver voor Gesthuizen, jeugdinternational en overigens kamergenoot van Mitchell van der Gaag, een PSV-talent van één lichting ouder. ‘Ik weet niet of je kunt zeggen dat ik het eerste heb gehaald, dat is maar net hoe je het bekijkt: ik heb een paar oefenwedstrijden gespeeld. Maar de stap was hoe dan ook groot, want dat was een geweldig elftal, Popescu speelde er toen, Romario, Vanenburg, Wim Kieft, allemaal toppers. En ik mocht als jong talent wel meetrainen, maar dat was in een periode net nadat PSV de Europacup I gewonnen had. Dat was dus Europese top, met Bobby Robson als toptrainer. Maar dat betekende ook dat de kansen schaars waren voor jeugdspelers: ik had Berry van Aerle voor me, Europees kampioen met Oranje, basisspeler bij het PSV van 1988… het werd me na een jaar meetrainen met het eerste en wedstrijdjes met het tweede wel duidelijk dat ik misschien ergens anders heen zou moeten als ik wilde spelen.’

Local boys

Die mogelijkheid dient zich in de zomer van 1992 aan, in de vorm van een verhuurbeurt. Hij moet kiezen tussen NAC, dat al jaren behoorlijk presteert in de Eerste Divisie en snakt naar promotie, maar voor het vierde jaar op rij in de nacompetitie is gestrand, of Willem II, dat al een paar jaar Eredivisie speelt, vrij stabiel presteert, en met Jan Reker een oud-PSV’er aan de leiding heeft. “En tóch koos ik voor NAC. Piet de Visser was trainer, die was in de gesprekken die ik voerde gewoon veel doortastender, en voor mij speelde ook de manier van voetballen mee. Ik wilde voor prijzen spelen, aanvallen, en dat kon bij NAC bovenin de Eerste Divisie op dat moment beter dan in Tilburg, want dat was toch knokken tegen degradatie elk jaar.”

Eenmaal in Breda is het schakelen, op meerdere vlakken. “Het niveauverschil tussen een topclub en een Eerste Divisieploeg, op trainingen bijvoorbeeld, dat vond ik niet erg, en misschien wel leerzaam juist. Ik was nog echt een jongen, ik moest wennen aan mannenvoetbal, want met Lokhoff, Remie, Karelse, Brood en Koumans had je een vaste kern ervaren spelers die het spel en de sfeer bepaalden, ook buiten de wedstrijden om trouwens. Er zaten toen voornamelijk jongens uit Breda of Oosterhout, allemaal tussen de 25 en de 30. Bij PSV had ik bij een kampioensfeest één biertje gedronken, mijn allereerste, en toen was ik achttien. Maar toen kwam ik bij NAC terecht, met een paar vaste klanten in de ploeg van de Cordial, van ‘t Stammeneke, dat was toen wel even een ander verhaal.”

“De randvoorwaarden waren daarnaast ook wel even wennen. In het weekend was dat stadion natuurlijk fantastisch, zeker later in het seizoen zat het altijd vol, er zaten mensen in bomen en op muurtjes naar ons te kijken als er geen plek meer op de staantribune was. Maar ja, doordeweeks moesten wij spelers er ook zijn, en dan zag je de andere kant van die charme. Het trainingsveld was in het weekend ook parkeerveld, je stootte je kop onder de tribunes in die piepkleine kleedkamers, en het spelershome was een oude barak. Net als het sponsorhome trouwens.”

Avondje NAC

“Maar ja, dat Avondje NAC hè, dat maakte toch wel indruk.” Als Gesthuizen in Breda binnenkomt loopt het Beatrixstadion op haar laatste benen, maar het Avondje NAC, geboren in de jaren ’70, neemt van 1992 tot aan de sloop in 1996 haar definitieve, misschien wel meest iconische vorm aan. De tribunes zitten ramvol, op de staanvakken is het geregeld inschikken, opschuiven, passen en meten, bijna elke Bredase voetballiefhebber van 35+ kan nog volschieten om de worst- en pislucht die wekelijks de oude, lange B-Side opwalmt. Er worden wedstrijden spectaculair verloren maar nog veel vaker wervelend gewonnen. De thuiswedstrijden staan, in herinnering althans, bijna garant voor een belevenis op voetbalvlak, en gezien de klasseringen in de eindrangschikkingen van die tijd is het niet gek dat NAC bijna onoverwinnelijk is, thuis. En dat kan intimiderend zijn. Soms ook een beetje voor de thuisploeg.

“Ik was mijn weg nog aan het zoeken in het profvoetbal. De eerste wedstrijden was ik daar ook best nerveus over, nog, spelen voor zoveel fanatiek, kritisch publiek. Maar na verloop van tijd wist ik er echt kracht uit te putten. Dat volle stadion, mensen er dicht op, dat was altijd heel speciaal. Thuis wonnen we ook altijd wel, zeker in die periode na de promotie, en dat besef, dat vertrouwen kwam ook in de ploeg: we waren, zeker in de Eredivisie, thuis bijna onoverwinnelijk.” Wat bovendien helpt is het feit dat Gesthuizen al snel een gewaardeerde kracht is. “Ik was geen slechte voetballer, maar ik moest het wel van mijn inzet hebben. Ik werkte er altijd voor, dat had ik ook wel nodig. Dat pikten de supporters ook wel op, en dat werd ook gewaardeerd. Maar het moet gezegd, ik had ook wel geluk met mijn uitstraling, want ik ken spelers die er net zo hard voor werkten maar door hun houding wat laconiek konden overkomen. Ik had daar gelukkig geen last van, zullen we maar zeggen.”

Het roer om

Terug naar Gesthuizens debuutseizoen: door de hoogtepunten in de herinnering vervaagt wat eerder misschien tegenviel. En dat geldt in zekere mate óók voor seizoen 1992/1993. Het seizoen daarvoor wint NAC thuis negen keer, maar dat is voor een promotiekandidaat niet overweldigend veel. En in het nieuwe seizoen, dat begint onder trainer Piet de Visser, gaat het de eerste seizoenshelft ook maar zo-zo: NAC wint tot januari 1993 zeven keer (waarvan vier keer thuis), opnieuw geen verpletterende cijfers voor een club met Eredivisie-ambities, en de laatste wedstrijd voor de kerst bij directe concurrent NEC gaat met 4-0 verloren.

Maar dan gaat het roer bij NAC, eigenlijk noodgedwongen, om. Piet de Visser, tegenwoordig internationaal vermaard scout, heeft te kampen met hartklachten, en legt zijn werkzaamheden neer, eerst tijdelijk, dan definitief. En dus wordt Ronald Spelbos aangetrokken. De oud-verdediger werd als speler kampioen met AZ, maakte deel uit van het Ajax dat in 1987 de Europacup II won, speelde 21 wedstrijden voor Oranje, en is in principe een grote naam voor een Eerstedivisionist. Tegelijkertijd is Spelbos een onbewezen trainer op profniveau, die alleen assistent is geweest bij FC Twente. Een kleine gok, dus. Maar wel een hele gelukkige.

“Onder Spelbos begon er toen wel wat te ontstaan, ja,” zegt Gesthuizen nu, met gevoel voor understatement. Onder aanvoering van Ton Lokhoff schiet NAC na de oliebollen de startblokken uit. AZ wordt met 4-2 verslagen, en dat is de opmaat naar een serie van elf ongeslagen wedstrijden, met negen overwinningen, een 8-0 slooppartij tegen Heracles en een 6-0 onttakeling van Emmen. Pierre van Hooijdonk maakt vanaf januari achttien goals, John Lammers flapt er een ook niet misselijke zestien in. Gesthuizen zelf speelt alle wedstijden in de basis en pakt ook nog drie goals mee. NAC speelt en scoort als een titelkandidaat, maar weet tegelijkertijd waar het mee bezig is. Want: “de titel was eigenlijk nooit echt een gespreksonderwerp, na de winterstop. De hele tweede seizoenshelft hebben we ons vooral kunnen opladen voor die nacompetitie. En dat is er volgens mij wel aardig uitgekomen.”

RSYA

Wat heet. De nacompetitie is in 1993 nog een kleine, onderlinge competitie, met twee poules van drie clubs. NAC loot in theorie gunstig, want het treft het lager geklasseerde De Graafschap uit de Eerste Divisie, en FC Den Bosch, de nummer 17 van de Eredivisie die ook nog eens het slechtste doelsaldo van allemaal heeft. Maar terwijl een gemiddelde NAC-supporter anno 2018 acuut de stuipen krijgt als hij ‘gunstig’ en ‘loting’ in één zin leest, overtreft het Ronald Spelbos Yellow Army alle verwachtingen. NAC swingt van begin tot eind, met een niet geringe rol voor François Gesthuizen. ‘Ik scoorde in een ouderwetse mistwedstrijd uit bij De Graafschap, maar ik ben volgens mij de enige die dat gezien heeft, want de scheidsrechter heeft hem in ieder geval niet geteld. Maar we wonnen met 0-4, en vanaf dat moment kon het eigenlijk al bijna niet meer mis in die nacompetitie.’

Dat blijkt ook wel, want na die 0-4 wint NAC drie dagen later thuis met 2-0 van Den Bosch, en een week later moet ook De Graafschap er in Breda aan geloven, met 2-1. Drie dagen later staat FC Den Bosch-NAC op het programma, en daar kan de kroon worden gezet op het werk van Spelbos (en NAC als BVO in de voorgaande jaren): als NAC zelfs maar gelijkspeelt in De Vliert doet de uitslag van De Graafschap-Den Bosch, dat later die week nog gespeeld wordt, er niet meer toe. Maar dan moet het dus nog wel even lukken. De wedstrijd in de provinciehoofdstad, op een druilerige zondagmiddag, 13 juni 1993, voelt in alles aan als een finale. Al dagen van te voren gaat het in de stad eigenlijk nergens anders over, en in een tijd dat er nog geen verplichte vervoersregelingen bestaan is de Bredase publieke belangstelling voor zo’n belangrijke wedstrijd groot.

‘Ik kreeg wel iets mee van de gekte vooraf,’ zegt Gesthuizen nu. ‘Als spelersgroep weet je natuurlijk ook wel dat er een hoop mensen mee naar die wedstrijd gaan. In de loop van de dag focus je je wel steeds meer op die wedstrijd, daar was ik wel professional genoeg voor, maar die aanblik van zoveel fans maakte wel indruk. En, dat voetbalde ook een stuk lekkerder, we kwamen al gauw op een vrij comfortabele voorsprong.’ Dat laatste is met een gelukkige knipoog, want de belangrijke 2-0 is van Franske Gesthuizen zelf. Vanaf eigen helft geeft Ton Lokhoff een lange bal naar links op John Lammers, die in het strafschopgebied een voorzet geeft naar rechts. Daar glijdt François Gesthuizen, die enthousiaster is meegesprint dan Bossche back Verhoeven, hem met rechts binnen. Half uur gespeeld, 0-2 voor, wedstrijd beslist. Als Gesthuizen na 50 minuten ook nog eens de voorzet geeft op Van Hooijdonk, die tegendraads de 0-3 binnenkopt, kan de halve selectie in de hekken: NAC staat in de Eredivisie.

13 juni 1993, FC Den Bosch-NAC, 0-3.  Een legendarisch elftal speelt zichzelf naar hét hoogtepunt van de Bredase jaren ’90. Met als klap op de vuurpijl Mart Smeets in Vito Corleone-kostuum. 

De beelden zijn VHS-korrelig gebleven, maar klassiek geworden. Gele paraplu’s op een volle tribune, volgens het Brabants Dagblad met 7300 Bredase fans, volgens sommige andere bronnen misschien wel 9000. De resten van een paar gezinsverpakkingen pleerollen uitgewaaierd over de sintelbaan. Siep in een hek, die de mensen opzweept (en vervaalde denimkleuren draagt, want ook dát waren de jaren ’90). Een jong, bijzonder atletisch lijf (met bijpassend een militair kapsel) van John Karelse, dat wordt besprongen door een uitzinnige Martien Vreijsen. Gesthuizen, topless op de schouders van Ruud Brood. Ruud Brood zelf vervolgens op de schouders van een op het veld geklommen fan. Gesthuizen glimlacht. ‘Wat ik ook prachtig vond was de busrit naar huis: je kon allemaal uitzinnige mensen uit de auto zien hangen, de viaducten stonden vol met fans in het geelzwart, en op de Grote Markt was het natuurlijk één groot feest. En in de dagen daarna hadden we ook elke avond wel een feest of een diner met telkens weer een andere sponsor: iedereen wilde uitgebreid vieren dat we gepromoveerd waren. En daar waren wij als spelers natuurlijk niet te beroerd voor.’

Meer-dan-meehobbelen

Wie het interview met Ronald Spelbos na die promotiewedstrijd nog even terugziet hoort hem met zijn Uteregse tongváál beargumenteren dat NAC meer moet willen dan alleen een jaartje meehobbelen: hij wil in de Eredivisie ook van waarde zijn. Maar zijn ploeg staat, ook in de Eredivisie, als een huis. ‘En eerlijk gezegd lag Eredivisie ons, en mij persoonlijk zeker, qua voetbal ook veel beter,’ zegt Gesthuizen nu. ‘In de Eerste Divisie was het in die tijd vooral heel veel fysiek werk, veel ploegen die de bal maar naar voren peerden, elke wedstrijd knokken. Maar in de Eredivisie voelde ik me veel beter op mijn gemak. Het was veel tactischer, je kreeg als voetballer op sommige momenten net even wat meer tijd om een voetballende oplossing te zoeken. Thuis tegen Heerenveen wonnen we met 6-0, ik gaf maar liefst vier assists. Toen wist ik wel: dit is mijn niveau.’

En dat gevoel zullen meer spelers van NAC hebben gehad. Het hobbelt niet zomaar mee: het speelt, naast die winst op Heerenveen, met 2-2 gelijk tegen PSV, haalt een punt in de Kuip, het vernedert FC Utrecht met 0-5 in de Galgenwaard. Het verrast vriend en vijand, en misschien wel zichzelf, met een zevende plaats op de ranglijst, en het komt als debutant in de Eredivisie zelfs maar één punt tekort voor Europees voetbal. ‘Oorspronkelijk was mijn ambitie om via NAC eigenlijk terug te komen bij PSV. NAC had me voor twee jaar gehuurd, dus voor alle partijen was duidelijk dat dat ook het plan was. Maar ja, PSV was in die tijd meer een koopclub dan het nu is, voor mij was er geen plek meer toen ik eenmaal vertrokken was. En bij NAC zat ik daarna eigenlijk gewoon hartstikke goed, een prachtige club, een geweldige sfeer in het stadion als we thuis speelden, in de Eredivisie, dus ik was gewoon erg tevreden in Breda. Maar dat maakte wel dat ik supergemotiveerd was, die wedstrijd thuis tegen PSV, en dat we ze thuis op een gelijkspel hielden was dan ook lekker.’

Het tweede jaar na de promotie is, zo luidt de tegeltjeswijsheid aan de voetbalmuur, altijd moeilijker dan het eerste. Go Ahead degradeerde in 2015, NEC degradeerde in 2017, zoals ook het NAC van 2018 stevig haar best doet haar fans het stadion uit te jagen (en zelfs dát kunnen ze niet eens). Het NAC van 1994/95 heeft aanmerkelijk minder moeite om erin te blijven: het wordt tiende, iets minder solide dan het jaar ervoor, maar die val op de ranglijst komt vooral na een paar erbarmelijke laatste maanden. Topscorer Pierre van Hooijdonk vertrekt in de winter naar Celtic, maar topscorer Graham Arnold komt ervoor in de plaats, en die maakt er in zijn eerste halve NAC-seizoen gelijk tien. De Bredanaars houden dit keer Ajax thuis op 2-2, winnen met 3-4 bij Groningen, vegen met 4-0 opnieuw de vloer aan met Utrecht. En NAC wint, als absolute stunt, op de laatste speeldag zelfs bij PSV, met 2-4.

Breuk en brijzel

Maar waar die wedstrijd in het Philips Stadion misschien wel Gesthuizens finest hour had kunnen zijn, de ultieme wraak op zijn voormalige broodheer, zit de Millingenaar op de tribune. Geblesseerd. Hij speelt na Volendam-uit, in oktober, geen minuut meer. ‘Ik had een kleine blessure, ergens in oktober, en daar kwam ik net van terug. Spelbos wilde daarom dat ik met het tweede meedeed, op de maandagavond, tegen Helmond, om ritme op te doen. Daar speelde ik zonder problemen mee, maar ik kreeg vijf minuten voor rust een tik tegen mijn kuit. Maar ik dacht dat het wel meeviel, ik ben na een korte behandeling toch maar doorgegaan, ik wilde de rust nog wel halen. Maar toen kreeg ik opnieuw een trap, op de zelfde plek op mijn kuit. En die blééf zeer doen, tot dagen na de wedstrijd. Aan het eind van de week heb ik in overleg met de clubarts een foto laten maken, en toen bleek dat het niet gek was dat ik pijn had: heel dat stuk kuit was verbrijzeld. Ik had gewoon een week doorgelopen met een gebroken bot. ‘

‘Ik ben snel geopereerd, ze hebben schroeven en een pin geplaatst, maar die bleven tijdens de revalidatie irriteren. Die zouden ze er met een tweede operatie uithalen, maar toen ik daarvan wakker werd voelde ik pijn aan mijn heup, niet aan mijn kuit. Ik snapte er, nog half onder narcose, niks van, ik ben boos geworden op de verpleegster, riep dat ze me op een verkeerde plek hadden geopereerd. De chirurg kwam later echter bij me: toen hij mijn kuit had opengemaakt om te opereren viel er al gelijk een stuk bot uit, het was door alle breuken niet meer doorbloed geweest en afgestorven. Ze hebben toen, terwijl ik daar open lag, snel moeten besluiten om een stuk uit mijn dijbeen te transplanteren. Ik ben er van teruggekomen, maar ik heb eigenlijk nadien nooit meer mijn niveau gehaald. Vanaf toen ben ik echt een beetje in de versukkeling gekomen. Ik speelde pas in 1996 weer, bijna anderhalf jaar later.”

NAC-PSV, 2-2. Alles aan dat Avondje NAC is mooi, van de shirts tot de goals tot de stem van Hugo Walker. En met Mitchell van der Gaag in de basis bij PSV, inclusief krullen.

Oude stempel

Daar komt nog bij dat trainer Spelbos plaats maakt bij NAC. De tweede seizoenshelft van 1994/95 is als gezegd niet geweldig, en wat niemand ‘weet’ maar eigenlijk iedereen wel wéét: de trainer flirt met Vitesse. De Arnhemmers, hyperambitieus, geïnjecteerd met miljoenen van energieleverancier Nuon en onder hoede van megalomane voorzitter (en later erkend fraudeur) Karel Aalbers, zijn op zoek naar een nieuwe coach, en vanaf januari ontkennen Vitesse, NAC en Spelbos steevast dat de trainer een overstap naar Arnhem gaat maken. En dus stapt hij in de zomer natúúrlijk over, want Vitesse heeft bergen geld ter beschikking om een mooie selectie neer te zetten, beter passend bij het ambitieniveau van Spelbos dan het traditioneel berooide NAC. (In november van dat jaar wordt Spelbos overigens alweer ontslagen in Arnhem. Maar dat terzijde.)

Daarmee vertrekt ook de trainer waarmee François Gesthuizen zijn mooiste jaren bij NAC beleeft. Hij wordt vervangen door Wim Rijsbergen, een trainer met een heel andere aanpak. “Ik had altijd wel een goede band met Spelbos. Hij was ook veel individueel met mij bezig, wat voor een jonge speler altijd goed is, hij was oud-verdediger, heeft me veel gecoacht in het tackelen, en hij was natuurlijk wel een goede voetballer geweest. Maar Rijsbergen, tja. Het was wat mij betreft echt een trainer van het oude stempel, heel veel bezig met zijn vaste basis, met de oudere spelers, maar wat er buiten viel had niet echt zijn aandacht. Maar goed, ik was ook veel geblesseerd in die tijd, ik snap dan ergens ook wel dat hij niet naar mij persoonlijk omkeek.”

Los van zijn aanpak: onder Rijsbergen presteert NAC opnieuw uitstekend. PSV wordt in Breda met 3-0 verslagen, Graham Arnold rolt met vier goals FC Utrecht op. NAC komt opnieuw één punt te kort voor Europees voetbal, en eindigt als achtste; Gesthuizen overwint een slepende blessure en komt na de winterstop nog tot twaalf wedstrijden. Maar meer nog dan een sportief goed seizoen is 1996 vooral een jaar van afscheid nemen en verhuizen. Het allerlaatste Avondje NAC, thuis tegen Heerenveen, begint met een stadionbrand waar, wonder boven wonder, niemand bij gewond raakt. Maar alsnog lijkt die avond al vroeg in mineur te eindigen: als het dak van de B-Side geblust is legt Romeo Wouden binnen tien seconden al de 0-1 binnen. Maar alsof alle passie en dromen van 56 jaar Beatrixstraat zich bundelen in de elf geelzwarten op het veld krijgt de ploeg iets onverzettelijks over zich heen: NAC wint de avond uiteindelijk met 5-1, waarbij het drie van de vijf goals maakt met slechts tien man, na de rode kaart voor Yassine Abdellaoui.

Nieuwe tijd

Die editie van NAC-Heerenveen is misschien wel het meest legendarische Avondje NAC allertijden, door het scoreverloop, door de tribune in de hens, door het team dat maar blíjft gaan, door de B-Side Cabrio. Het is volgens sommige oudere fans eigenlijk ook het láátste avondje NAC, want de verhuizing naar de Steenakker trekt, zeker in de eerste jaren, een zware wissel op de sfeer bij de wedstrijden. “Tijdens de bouw van het nieuwe stadion zijn we er een paar keer gaan kijken,” herinnert Gesthuizen zich. “En eerlijk gezegd keken we er ook wel naar uit. Alles zou nieuw zijn, schoon, luxe, en het stadion zou veel groter worden dan wat we toen gewend waren aan de Beatrixstraat. Maar ja, toen we er eenmaal speelden was het precies dat: nieuw, schoon, leeg, kil. Klinisch. En dat gold ook voor de spelersgroep: we hadden een enorme hoop wisselingen, het was eigenlijk binnen één zomer een helemaal nieuwe club geworden.”

Want leg de laatste elftalfoto van de Beatrixstraat en de eerste van het Fujifilm Stadion naast elkaar, en er staan liefst tien nieuwe gezichten op. NAC-iconen als Barry van Galen (kuch), Nico Jalink (kuch), Edwin Gorter (kuch kuch), Tom Kåre Staurvik (kuch kuch) en Jean-Claude Mukanya (kuch kuch kuch) verschijnen aan de Lunetstraat. Het is een nieuwe tijd, NAC laat het, met de Sport7-gelden in de zak, kennelijk breed hangen, maar veel succes brengt het allemaal niet. NAC stunt nog wel tegen Ajax, thuis, en haalt een op papier acceptabele negende plek, maar het wint in de laatste vier maanden van het seizoen nog maar twee keer, en eindigt op slechts zes puntjes van de nacompetitieplekken.

Rijsbergen, de trainer, kent een hoop gedoe met een moeilijke selectie, want het blijkt lastig om eigenzinnige karakterspelers als Gorter en ‘Schop’ van Galen (olé, olé) in toom te houden. Hij is bovendien niet geweldig populair onder fans, hij krijgt zijn team eigenlijk niet aan de praat, en Rijsbergen vertrekt in de zomer van 1997 dan ook, naar Groningen. Gesthuizen valt in het nieuwe Fujifilm Stadion nog vier keer in, maar verdwijnt in ‘97 ook uit Breda. Tony Vidmar en Dick van Burik vertrekken eveneens. Peter Remie gaat uitbollen bij Eindhoven en RBC, Ton Lokhoff is in 1996 al gestopt, Ruud Brood speelt het jaar erop nog één keer mee, Jan Gaasbeek loopt ook op zijn laatste benen, Geert Brusselers vertrekt een zomer later. En zo valt langzaam maar zeker de ploeg uit elkaar die vanaf 1992 schitterde aan de Beatrixstraat: als NAC in 1999 degradeert doen alleen Karelse en Atmodikoro nog mee van de ploeg die in 1996 Heerenveen van het veld blies.

Trainer

Gesthuizen tekent in 1997 bij Fortuna Sittard. Een vaste naam in de Eredivisie, waarmee hij de bekerfinale haalt. In 2000 verhuist hij naar Cambuur, waar hij met veel plezier nog twee jaar in het linkerrijtje van de Eerste Divisie speelt, maar vertrekt dan naar TOP Oss, waar hij in 2005 zijn schoenen aan de wilgen hangt. ‘In mijn tijd bij Cambuur begon ik om me heen te kijken: ik wist dat het einde als prof er voor me aan kwam, maar ik had behalve de havo geen diploma. Dus ik moest íets. Ik heb eerst een opleiding detailhandel geprobeerd, en daarna geprobeerd sportmassage of fysiotherapie te studeren, want ik wist onderhand meer van fysiotherapie af dan de mensen die me behandelden, zo vaak als ik geblesseerd geweest was. Maar uiteindelijk merkte ik dat trainer zijn me in het bloed zat. En daarom ben ik ook naar Oss gegaan: die stap heb ik vooral genomen om mijn trainersdiploma’s te kunnen halen. Rijk werd ik er niet van, maar ik kon er als speler ook een jeugdteam onder mijn hoede krijgen en tegelijkertijd mijn cursus doen. En in het veld was ik, zeker in mijn latere jaren, eigenlijk al veel bezig met coachen, met andere spelers aansturen, met tactiek: die rol paste gewoon het best bij me.’

Vanaf dan werkt hij in de jeugd van TOP Oss, NEC, FC Den Bosch en Willem II, naast zijn werk als hoofdtrainer bij verschillende amateurteams. Hij promoveert naar de Tweede Klasse met Rood Wit, presteert twee jaar puik in de hoofdklasse met Blauw Geel, maar wordt dan verleid door het zwart-wit van misschien wel de meest besproken Eerste Divisie-ploeg van het jaar: Achilles ’29.

La Famiglia

Wie de documentaire ‘Voetbal is oorlog’ nog niet gezien heeft moet dat nu meteen doen. Vooral omdat het een prachtige inkijk geeft in dorpse sportcultuur, hoogmoed, daaraan gerelateerd gesjoemel en intriges in een verenigingsbestuur. Achilles ’29, topamateurclub met anderhalve tribune en uitzicht op glooiende Gelderse heuvels, doet in 2013 haar intrede in het profvoetbal, na een hoop getouwtrek, mooie praatjes van KNVB en clubs, en vooral veel Groesbeekse financiële luchtfietserij. Gesthuizen kent het voetbaldorp, waar twee grote traditieverenigingen elkaar naar het leven staan, dan al goed. ‘Vanuit Millingen rij je er een kwartiertje op naar Groesbeek, en als ik vrij was in het weekend ging ik geregeld kijken bij de voetbalclubs daar. Ik kwam wel eens bij Achilles, maar eerlijk gezegd ging ik altijd liever kijken bij De Treffers. Die speelden het ook mooiere voetbal, alles was er toen iets beter verzorgd. Maar toen Achilles eenmaal na een hoop gedoe Eerste Divisie ging spelen, en op zoek was naar een jonge trainer met binding met de regio kwamen ze bij mij uit. Dat was mijn kans om als hoofdcoach in het betaalde voetbal te werken, en die heb ik aangepakt.”

Maar wie bij Achilles ’29 komt te werken krijgt ook te maken met de familie Derks: voorzitter Harrie en RvC-lid Elrie richten zich op de bestuurlijke en financiële kant, zus Ria heeft plaats in de Stichting Accommodatie, assistent-trainer Frans heeft vooral voetbaltechnisch een behoorlijke vinger in de pap. Vooral dat laatste is bijzonder, want op die manier heeft het bestuur een hele directe aanwezigheid op de bank van de trainer. “Een voorbeeld: in onze eerste wedstrijd ligt het spel even stil, dus ik roep één van onze spelers bij me om hem wat aanwijzingen te geven. Nog geen minuut later wordt diezelfde speler door Frans bij zich geroepen, en die geeft hem aanwijzingen die precíes het tegenovergestelde zijn van wat ik net zei. Dat heb ik toen vrij snel de kop in moeten drukken, maar het geeft wel aan dat het soms politiek lastig was.”

“De familie Derks was vanaf het begin bovendien erg ambitieus. Hun idee was dat ze hetzelfde wilden brengen op Eerste Divisie-niveau als in de Topklasse toen, linkerrijtje met uitschieters naar boven. Stunten tegen grote ploegen, zoals ze in de beker ook wel eens deden tegen clubs uit de Eredivisie. Maar het bestuur wilde het eerste maar drie keer in de week laten trainen: ik heb ze duidelijk gemaakt dat je op die manier, en met de spelersgroep van toen, waarschijnlijk onderin zou komen te voetballen, want je kunt geen betere prestaties verwachten als je niet ook facilitair verbetert, en directe concurrenten trainden wél vijf, zes keer. Dan kun je incidenteel pieken in de beker, maar niet structureel vooruit. Maar dat is er nooit echt van gekomen, heel soms konden we een vierde keer trainen, maar het verschil in kwaliteit was gewoon te groot. Dat eerste jaar zijn we inderdaad onderaan geëindigd.”

Puzzelstukjes

Het tweede jaar Eerste Divisie verloopt, zeker tot de winterstop, zelfs vrij aardig. Achilles wint van VVV, van Helmond, wint bij Den Bosch, en sprokkelt langzaamaan wat puntjes. Maar in de winterstop worden drie bepalende spelers verkocht, en een achttiende plaats is het hoogst haalbare. Wat, alsnog, twee plekken hoger is dan het jaar ervoor. Het is desondanks Gesthuizens laatste kunstje bij de Groesbekers, want er zijn dan alweer genoeg gekke dingen gebeurd. “Voor de winterstop was ik op een clubavond, een donderdag, in Groesbeek. Het contact tussen mij en familie Derks was niet altijd even makkelijk, maar die avond merkte ik niks bijzonders. Maar ik zat nog geen vijf minuten in de auto, of ik kreeg een bericht van Harrie, of ik de dag erop even tijd had voor een gesprek. Dat vond ik al heel raar, want ik had hem net daarvoor nog gesproken, en toen was alles nog koek en ei. In dat gesprek, de volgende dag, werd me medegedeeld dat mijn contract niet verlengd zou worden. Dat verbaasde me, want ik had tot dan toe nog geen enkel signaal van onvrede gekregen, ik werkte ontzettend fijn samen met de spelersgroep. Maar ze wilden me geen reden geven, Harrie Derks zei alleen maar: “De puzzelstukjes vallen binnenkort op hun plaats.” Het was heel onwerkelijk, ik snapte er echt niks van, ik werd zonder reden aan de kant geschoven. Ik vroeg of ze het overlegd hadden met de spelers, want ik wist dat die wel aan mijn kant zouden staan, maar mij werd gemeld dat ze op dat vlak niks te maken hadden met wat die spelers wilden: de familie, díe bepaalde wat er gebeurde. Binnen een paar dagen werd bekend dat ze, voordat ze met mij een gesprek hadden over mijn vertrek, Eric Meijers al hadden binnengehaald, foto’s genomen, alles afgerond. Dat waren dus de puzzelstukjes die moesten vallen. Ik vond het onvoorstelbaar, zo ga je niet met werknemers, niet met collega’s, en ook gewoon niet met mensen om.”

Warm

Toch maakt Gesthuizen het seizoen af. Hij weerstaat de familie Derks in die laatste maanden, en vertrekt met opgeheven hoofd uit Groesbeek. Hij heeft daarna nog FC Oss onder zijn hoede, maar strijkt daarna weer neer in Nijmegen, als jongen van de streek, waar hij zijn eerste stappen in het betaald voetbal zette. Daar staat hij vanaf 2017 voor de groep bij de B1. Vlak voordat Gesthuizen in Nijmegen aan de slag gaat speelt NAC echter nog wel die ene wedstrijd, uit bij NEC. En dan is het toch lastig kiezen. “Ik heb een geweldige tijd gehad bij NAC. Marinus Dijkhuizen is een goede vriend van me, en toen hij bij NAC kon tekenen heeft hij mij gevraagd wat ik zou doen. Toen heb ik hem wel gezegd dat hij dat misschien aan de verkeerde vroeg, want ik had, en heb, nog altijd een warm gevoel bij NAC. Ik zou er zelfs misschien nog wel eens willen werken, als assistent-trainer bijvoorbeeld, als de gelegenheid zich zou voordoen. Maar NEC is mijn club hier in de regio, en ik heb eerder ook al zeven jaar als trainer bij NEC gewerkt. Ik gunde NAC absoluut de promotie, maar NEC gunde ik echt geen degradatie.”

“Maar mijn mooiste tijd als speler was zonder meer in Breda. Zelf al is het naar geëindigd met die blessures, dat kan die eerste prachtige jaren niet overschaduwen. Ik heb er weer Jong Oranje gehaald, promotie bewerkstelligd, prachtige wedstrijden gespeeld. En natuurlijk, er is sinds die tijd veel veranderd, ik ‘hoor’ toch nog echt bij het oude stadion, maar als ik eens in de zoveel tijd weer in Breda ben, op een reünie bijvoorbeeld, dan is de sfeer echt nog ouderwets. De laatste keer dat ik bij een wedstrijd van NAC was speelden ze toevallig tegen Achilles. Naderhand kom je in de Cordial dan weer allemaal oude bekenden tegen, zie je Hans van den Dungen weer aan de bar staan… het is misschien mijn eigen beeldvorming, maar de derde helft is in ieder geval nog net als vroeger.”

 

Bron: B-Side Rats

18 Reacties op "BSRetro: François Gesthuizen"

  • Dirk
    15 november, 2018 - 20:16

    Mooie herinneringen !! Komt die tijd ooit nog terug ???

    7

    0
  • Babosje
    15 november, 2018 - 20:35

    Wauw! Was ik bij, krijg weer kippenvel!

    7

    0
  • The Cosmic Gate
    15 november, 2018 - 20:47

    Dit waren nog voetballers met zwarte schoenen die vochten voor de club i.p.v. het stelletje diva’s van nu

    12

    0
  • Breda1965
    15 november, 2018 - 21:33

    Geweldig BSR

    7

    0
  • Spitfire
    15 november, 2018 - 21:52

    François was van nét voor mijn NAC tijd, dus een on-topic reactie kan ik niet geven.

    Wel weer een hele dikke pluim, en kilo’s veren in de BSReet, voor deze rubriek! Het leest (en droomt) heerlijk weg. Complimenten !!!!

    4

    0
  • Kinderkaartje
    15 november, 2018 - 21:55

    Van mij mogen jullie elke dag zo’n stuk neerzetten.
    Ik vind dit zo leuk om te lezen. Als die oude namen en momenten. Dat is toch wel echt gaaf.

    Zeker omdat je het zelf allemaal hebt meegemaakt, deels vergeten bent, maar bij het teruglezen denk “Verrek, da’s waar ook!”

    Top mannen!

    6

    1
  • Johannes
    15 november, 2018 - 22:10

    Volgende keer een interview met Siep?

    6

    5
  • Haan
    15 november, 2018 - 22:19

    Complimenten voor deze rubriek! Ikzelf heb deze tijd helaas nooit mee mogen maken (ben van ’97), maar jongens wat ben ik blij dat deze beelden nog bestaan. Het NAC aan de Beatrixstraat, het NAC waar mijn vader aan de hand van zijn vader naartoe ging, spitsen die steevast meer dan tien doelpunten per seizoen, wat een tijden en een verschil met nu…

    5

    0
  • Kc
    15 november, 2018 - 23:27

    Allez Francois Allez Francois Aleeezzz

    10

    0
  • Sander h
    15 november, 2018 - 23:57

    Hulde aan jullie bsr!! De Beatrixstraat de geur van pisbakken, frikadellen uit een omgebouwde caravan en als jong manneke keek ik altijd naar de ‘grote mannen die bij het nac paviljoen bier stonden te drinken. Als feyenoord kwam de opgestapelde zeecontainers in een trechter om en kopieerbare gekleurde knipkaarten als seizoenkaart die je kocht bij de administratie die een’ keet’ zat. Man wat een mooie tijd was dat. Franske liep altijd voorop in de strijd. Gewoon ook een aardige vent net als de rest van de selectie.

    8

    0
  • Peter13
    16 november, 2018 - 06:49

    Mooi verhaal, BSR. Complimenten!

    3

    0
  • Van "taajlaand
    16 november, 2018 - 09:18

    Heerlijk om te lezen en te mijmeren over vroeger, toen alles bete…, nee nou lijk ik net mijn vader..;-)
    Maar dit soort herhinneringen aan de oude Beatrixstraat, én zulke spelers blijven leuk om op tehalen.
    Was ook een tijd dat er heul veul ‘lukte’ bij NAC.
    Alles is bekend wat Sander h hier ophaalt, waarbij we nog stiekem de kaartjes konden wisselen, om bij elkaar te staan in of op de b-site.
    De snippers die we via het trainingsveld binnen smokkelden, en het juigen na een doelpunt, (assist Francois tegen Ajax!!) waarbij we onze plaats en of schoenen kwijt waren als we uitgesprongen waren (onderin) het vak.
    De brand begon, zéér onschuldig op een meter bij mij vandaan, door een fakkel.
    Niemand kreeg het besef om zijn (goeje) jas er even tegen aan te duwen.
    Is gelukkig allemaal goed afgelopen, en zoiets zou nu ook nooit meer kunnen gebeuren, maar wat een verhalen komen er weer bij mij naar boven.
    Supportershome was een keet, de frikandellen, net als het weer, altijd ‘koud’, saamhorigheid, papieren kaartjes, (natuurlijk nog bewaard) pilske in de échte Cordial, helaas ook uitvak naast B-site en enkele stenen moeten ontwijken soms…

    Maar het ging over Francois.
    Mooi fanatiek speulerke!

    5

    0
  • C’mon NAC!
    16 november, 2018 - 09:49

    Heerlijk stuk om te lezen. Oude herinneringen…
    En dan het filmpje van nac-psv waarbij van Hooijdonk en van der Gaag mooie duels uitvechten. Nu wordt het samenwerken 😜

    4

    0
  • Judge M.
    16 november, 2018 - 09:59

    Nostalgie! Geweldig! “Krooooookettuh frikandeelluuuuuuuh!”

    En volgens mij was die goal in de mist thuis tijdens de competie. Ik herinner me iig dat niemand wat gezien had en dat ineens Francois stond te juichen voor de B-Side. Volgens mij was dat toen ook de enige goal van de wedstrijd. Uit bij de Graafschap was het meen ik Ruud Brood die in de mist de eerste erin knalde..

    Anyway, ik zou zijn open sollicitatie tussen de regels door eens serieus in overweging nemen voor komend seizoen als ik NAC was. Ik heb namelijk niet echt meer de indruk dat Penders nog veel extra kan brengen en wellicht dat Francois dat toch beter kan.. Er zit nu iemand in het technisch hart die dat volgens mij uitstekend kan beoordelen. Misschien moesten ze samen maar eens koffie gaan drinken..

    Allez Francois! Come on NAC!

    5

    0
  • Dutchbird
    16 november, 2018 - 11:59

    Dat waren nog eens tijden. Een reeks wedstrijden achter elkaar winnen.

    3

    0
  • scheppioni
    16 november, 2018 - 12:36

    Ik sluit me bij alles hierboven aan !!
    Laten we nu ook zo’n twee terriers missen nu in dit elftal !!
    Ole Francois, wat een tijd en dan samen ook nog met Francois plots op een diploma uitreiking zitten van onze meiden in een juli 1994 tijden wk usa en ned-ier missen !!
    Ik vond het helemaal niet meer zo erg, Francois een spontane goeie gast met echte NOAD !!
    Nostalgie waar ik ook blind getuige van was de mistwedstrijd idd tegen de s.b. !
    Het ga hem zeker goed en de eerste vier letters van onze plaatsnaam !

    3

    0
  • Pizzabakker
    16 november, 2018 - 13:31

    Wat was dat een prachtige tijd. Zeker de mooiste selectie die ik ooit bij NAC heb meegemaakt. Dat was ook een hecht team en de spelers kon je ook regelmatig in de binnenstad tegen het lijf lopen. Heel benaderbaar allemaal en midden in het Bredase stadleven. Was echt ongekend hoe het in die tijd kon spoken in de Beatrix.
    Ik was weer even helemaal terug in de tijd.

    Bedankt voor dit interview. En hulde, want dit is toch wel van een hoger journalistiek niveau dan je tegenwoordig in menig krantje kunt lezen.

    4

    0
  • Rob
    16 november, 2018 - 21:37

    Was gewoon een goeie voetballer. Wat een selectie hadden we toen zeg. Voetballers die er altijd voor gingen en knokte voor elke meter. Veel meer binding mee gehad als met de selectie van de laatste jaren.

    Top interview BSR! Complimenten !

    4

    0