Wij gaan niet opzij

Over ankers, keien en eieren: In gesprek met Chris Bouman, oud-speler van NAC

GB

Afgelopen juli sprak crewlid GB met Chris Bouman, oud-speler van NAC. Bouman (1948) is voor velen een minder bekende naam uit de geschiedenis van de club. Hij speelde in de seizoenen 1971-'72 en '73-'74 in Breda en maakte deel uit van de selectie die in 1973 de KNVB-beker won. Een oud-NAC'er met een heel eigen kijk op voetbal, op motivatie, en met mooie verhalen over zijn tijd in Breda. We zien Chris Bouman als wisselspeler uiterst rechts op de foto die genomen werd na de bekerwinst.

Bij ons van B-Side Rats ging er niet meteen een belletje rinkelen toen we er bij toeval op gewezen werden dat deze oud-speler tijdelijk in Rijsbergen verbleef. Wat onderzoek en navraag leverden echter het beeld op van een eigenzinnig mens die zeer beeldend kan vertellen. Dat leidde tot een openhartig gesprek over de club die hij nog altijd liefheeft en waar hij in 1973 de KNVB-beker won, een club waar hij als mens en als voetballer aanvankelijk floreerde, maar later vastliep. Vooral die laatste periode heeft hem gevormd en hielp hem zich na zijn carrière succesvol te ontwikkelen, zowel in de mode als als motivatiecoach en spreker. Chris heeft de laatste jaren ook regelmatig deelgenomen aan activiteiten rondom NAC, onder andere bij Bier en Ballen en diverse “benefiet” acties. Hij is tegenwoordig het grootste deel van het jaar woonachtig in Spanje. Het gesprek was dermate uitgebreid dat ik ervoor heb gekozen het deels in een verhalende vorm weer te geven, gecombineerd met directe quotes van Chris zelf.

Aanrader bij het lezen van dit interview is het kijken van de docu: De heldenvan 1973: https://www.youtube.com/watch?v=259LoDK4mVQ

Van Dordrecht naar Breda

Op zijn vijfde begon Bouman bij DFC Dordrecht, waar hij de complete jeugdopleiding doorliep en op zijn zeventiende debuteerde in het eerste elftal. Hij werd gezien als een technisch begaafd voetballer, iemand die aanvankelijk voor het voetbal leefde en school liever links liet liggen. Later ontwikkelde hij veel oog voor wat mensen beweegt, was hij maatschappelijk betrokken en kritisch, ook op de soms (te) hiërarchische verhoudingen in het voetbal.


Wat betekent dat dan voor jou, kritisch kijken?


Chris: "Een voorbeeld. Toen bleek dat er binnen de selectie van DFC getekend moest worden voor een vergoeding die in mijn ogen, en in de ogen van een deel van de selectie, ondermaats was, buitenlandse spelers bleken veel meer te krijgen, besloten we te weigeren. Het grootste deel van de selectie kwam echter terug op die weigering na gesprekken met het bestuur. Ik hield voet bij stuk zolang de vergoeding niet evenredig was."

Bouman ging meetrainen bij DWS in Amsterdam, waar hij door zijn werk als vertegenwoordiger van Schwarzkopf toch al vaak kwam, en keerde uiteindelijk nog even terug bij DFC — maar toen alleen nog voor een vergoeding per wedstrijd die hij zelf uitonderhandelde.

In zijn tijd bij DFC had hij indruk gemaakt op toenmalig Blauw Wit-trainer Henk Wullems, dezelfde trainer onder wie NAC in 1973 de KNVB-beker zou winnen. Toen Wullems overstapte naar Willem II, wilde hij Bouman graag meenemen naar Tilburg. Bouman wilde echter wachten, want hij vermoedde interesse van andere clubs. Die interesse viel tegen, Chris geeft hier lachend toe dat hij zichzelf destijds mogelijk iets te hoog inschatte. Helemaal aan het einde van de transferperiode van 1971 meldde clubsecretaris Eugène Lemmens van NAC zich alsnog, en kon Bouman in Breda tekenen. Dat deed hij samen met keeper Jan de Jong, nadat de legendarische Peter van de Merwe er zijn carrière beëindigde. De overstap naar NAC zou Wullems hem niet in dank afnemen, en dat zou later een grote impact hebben op zijn tijd in Breda. Een tijd die hij diverse keren omschrijft als bitterzoet.

Je omschrijft je tijd bij NAC als deels bitterzoet, leg dat eens uit.

“Met Ben Peeters, hoofdtrainer van NAC van 1 juli 1971 tot 1 mei 1973, had ik een goede band. Ben was een zachtaardig mens, prettig in de omgang, maar als leider niet opgewassen tegen de groep die NAC toen was, met sterke en dominante persoonlijkheden als Ati Graumans, Jan van Gorp en Bertus Quaars”.

Chris ziet zichzelf als een emotioneel mens, en had in die tijd moeite met de individuele instelling en hardheid van veel van die spelers. Daarom vond hij het lastig in die groep voor zichzelf op te komen. Iemand als Addy Brouwers, ook een zachtmoedig mens, gedijde volgens Chris makkelijker dankzij zijn vele doelpunten en de status die daarbij kwam kijken. Voor hemzelf lag dat anders. Hij had graag iemand gehad die hem begeleidde in zijn persoonlijke ontwikkeling, iets wat hij ook in het huidige voetbal nog vaak als gemis ziet.

Chris: "Veel voetballers redden zich prima en hebben geen extra begeleiding nodig. Maar de gevoeligere persoonlijkheden hebben vaak baat bij individuele begeleiding, welke naam of vorm dat ook krijgt. Nu vallen soms jongens af die óf te veel met status en imago bezig zijn, óf het juist moeilijker vinden voor zichzelf op te komen. Simpelweg omdat men niet de tijd heeft, of neemt om te kijken naar wat de mens achter de voetballer beweegt."

In die tijd was daar natuurlijk nog helemaal geen aandacht voor. Toen Chris bijvoorbeeld na een mindere wedstrijd gevraagd werd hoe hij tegen zijn positie aankeek, vatte hij dat op als een onuitgesproken teken dat hij plaats moest maken voor een andere speler, terwijl dit juist een moment had moeten zijn om door te pakken. "Welke punten moet ik aanpakken om de volgende keer scherper te zijn, en laat ik de volgende wedstrijden godverdomme zien dat ik daar moet blijven staan," zegt Chris. "Dat is wat ik had moeten doen."

Het is volgens hem zo belangrijk dat goed herkend wordt waar en hoe je iemand kunt motiveren. Chris: "Een trainer heeft daar niet altijd tijd voor, maar juist zorgen dat spelers zich ook op hun eigen manier kunnen ontwikkelen, met bijvoorbeeld externe hulp of eigen training, kan de onderlinge verhoudingen verbeteren en zo een sterkere groep opleveren, omdat iedereen beter in zijn of haar vel zit."

Onder Ben Peeters speelde Chris veel en voelde hij zich gewaardeerd om zijn spel, maar had hij zoals gezegd moeite met de hiërarchie in de kleedkamer en een cultuur die vooral leek te draaien om de zienswijze van de ervaren spelers. Mooi is de anekdote over zijn goede vriend Stanley Bish, die op witte schoenen op de training verscheen. Een groot deel van de selectie maakte, Stanley en trainer Peeters, duidelijk dat dit toch echt niet de bedoeling was, en dat het trainen pas verder zou gaan als iedereen op zwarte schoenen speelde. Dat werd ingewilligd, zonder dat de trainer, of Stanley een weerwoord werd toegestaan. Onder Peeters bereikte NAC in 1973 al de kwartfinale, maar de onderlinge verhoudingen binnen het elftal waren niet optimaal en de prestaties in de competitie matig. De aanstelling van Wullems in mei 1973, de ploeg bungelde op de zestiende plaats in de eredivisie, betekende voor Chris eigenlijk het einde van zijn tijd bij NAC. Wullems stelde hem nauwelijks op, ze spraken elkaar vrijwel nooit, en als hij wél speelde voelde hij weinig tot geen waardering. Ook hier vindt hij dat hij zichzelf meer had moeten laten gelden, maar ook dat Wullems hem de overstap naar NAC, in plaats van naar Willem II, naar zijn idee nooit echt had vergeven. Iets dat ook na de competitie nog naar voren kwam. Wullems had er bijvoorbeeld moeite mee dat Tim Meeus, destijds hoofdsponsor, erop stond dat Chris, die eind 1973 al bij FC St. Jozef SK had getekend, meeging met het "overwinningsreisje" naar Torremolinos. Chris echter had er de tijd van zijn leven, want had er, buiten het veld, geen problemen mee zich te laten gelden. Wullems maakte zich naar zijn zeggen steeds meer onmogelijk door plezier lastig te vinden, wat er volgens Bouman uiteindelijk toe leidde dat: "als Wullems het zwembad in liep, de rest er onmiddellijk uit wilde."


Hoe beleefde je, gezien je situatie, de bekerfinale van 1973?


"Het was natuurlijk heerlijk om die wedstrijd met 2-0 te winnen, na een serie overwinningen die niemand op basis van de reguliere competitie had verwacht. Ook het feit dat iedereen ons, ondanks twee competitiezeges op NEC dat seizoen (zie ook de docu), nog steeds als underdog en een beetje denigrerend behandelde, maakte het winnen extra speciaal. Mijn goede vriend Stanley Bish scoorde de 1-0 en Jan de Jong was de hele wedstrijd fenomenaal, zoals hij dat ook de hele bekerserie al was geweest: twee gestopte strafschoppen tegen Ajax in de tweede ronde, en tijdens de finale reddingen die bijna onmogelijk leken."

Eerlijk als hij is, geeft Chris toe dat hij vooral blij was met de bekerwinst voor het toen al hondstrouwe publiek, dat massaal meereisde en alles op zijn kop zette, en voor de trouwe sponsoren. Zelf was hij niet tevreden en had hij een groot deel van de finale amper echt zitten kijken. Hij vond het lastig om motivatie op te brengen, deels omdat hij meer uit zichzelf had moeten halen, maar zeker ook omdat hij vond dat hij meer speeltijd had moeten krijgen. De badjas die de spelers kregen uitgereikt kon hem gestolen worden; de premie en de bekerwinst had hij zo willen inruilen voor meer minuten in het reguliere seizoen.

"Dit soort momenten ging ik steeds meer zien als leermomenten, hier was het dan negatief, maar er zijn natuurlijk ook positieve versies, en die blijf je onthouden. Soms door een gebeurtenis, soms door een nummer. Die zaken leerde ik mezelf later te gebruiken als anker om je motivatie te kunnen managen."


Je spreekt veel over motivatie en het begrip 'anker'. Wat bedoel je daarmee?

Chris: "Voor mij is het begrip anker belangrijk. Daarmee bedoel ik die momenten — als mens of als voetballer — die cruciaal zijn om te herkennen en te benoemen, omdat ze je motivatie geven. Als mens is dat vaak een gebeurtenis met partner of gezin; als voetballer zijn het de momenten of herinneringen waaruit je je motivatie haalt. Die dingen zijn krachtig om bij tegenslag of het verwerken van emotie erbij te halen. Op welke momenten zat je helemaal goed in je vel en had je het gevoel in control te zijn, ook als de wedstrijd verloren werd? En welke triggers bouw je in om dat gevoel weer naar boven te halen? 

Dat doet hij natuurlijk niet bij iedereen. Er zijn genoeg voetballers die dit onzin vinden, en dat vindt hij prima, omdat zij zaken makkelijker zelf verwerken. Maar voor anderen, en soms voor een hele groep, kan het erg goed werken. Ter illustratie noemt hij de keer dat John Karelse hem vroeg de groep toe te spreken tijdens de cruciale wedstrijden om lijfsbehoud tegen TOP Oss in 2006. Bouman nam een doos "keien" mee, stenen die hij uit één grote kei had gehakt en geslepen, en één geel-zwart geschilderd, rauw ei.

Chris: "Na een eerste gelijkspel van 0-0 kwam NAC in de tweede wedstrijd op een 2-0-voorsprong, om die alsnog op 2-2 te laten eindigen. Ik zocht een manier om de groep, die zoekende was, te motiveren en kwam op het idee toen ik tijdens een wandeling een grote kei zag, waaruit ik vervolgens zelf  dertig stukken heb gehakt en geslepen. Daarnaast had ik een geel-zwart geschilderd, rauw ei bij me. Ik trof een groep aan die onderuitgezakt zat en nerveus leek over het eigen kunnen voor de aankomende, cruciale wedstrijd tegen de Ossenaren. Ik sprak als een van de eersten Ronnie Stam aan, die in de tweede wedstrijd met een fenomenaal schot de 2-0 had gemaakt. Het enige wat de spelers nodig hadden, was terugdenken aan de momenten waarop ze hun beste spel hadden gespeeld. Iedereen moest een eigen stuk steen uitkiezen. zowel spelers als staf. Daaraan verbond ik mijn verhaal, met als boodschap: waarom angst voor deze pot tegen Oss, als je zulke doelpunten kunt maken als Ronnie? Je bent potverdomme NAC — waar heb je het over als je gaat kijken naar wat Top Oss kan. Daarna liet ik ook nog enkele goede acties van anderen passeren. Dát moeten jullie ankers zijn, niet de momenten waarop Oss gevaarlijk terugkwam. Toen er vanuit de spelersgroep gevraagd werd waarom dat geel-zwarte ei er stond, gaf ik aan dat je echt allemaal ervoor moet willen gaan omdat het afhaken van 1 individu iedereen kwetsbaar maakt en sloeg ik het ei met vlakke hand plat, waarop het vocht door de zaal vloog. Ik riep daarbij;Wat willen jullie nou zijn: keien of eieren?!"

Voor Chris staat dit ook vaak symbool voor hoe er vaak naar motivatie in het voetbal gekeken wordt: er wordt te snel, op personen, afgerekend en geoordeeld, en te weinig gekeken naar wat er wel goed gaat. Hij ziet het ook bij de jeugd, waar jonge spelertjes vaak al gewisseld worden na een of twee fouten, met argumenten dat dit deels uit bescherming tegen reacties van het publiek wordt gedaan, en deels om de speler te laten nadenken over wat beter kan. Daardoor krijg je volgens Chris enerzijds voetballers die bang worden/zijn om fouten te maken, en anderzijds spelers die moeilijker met tegenslag om leren gaan, omdat ze nooit de kans krijgen om een fout binnen een wedstrijd zelf te herstellen. Chris: "Je moet spelers, zeker op latere leeftijd, blijven motiveren. Er stoppen zoveel spelers omdat ze het plezier in het voetbal verliezen — en daar zit vaak in dat ze nooit goed hebben leren omgaan met tegenslag. Niet elk karakter is hetzelfde of even sterk. Voetballers die goed zijn, maar een wat lastiger karakter hebben, moeten gewoon anders begeleid worden. En laat anderen juist met rust, niet iedereen vaart immers wel bij een mental coach."

Ik ben benieuwd vanuit jouw kijk op motivatie, waarom NAC zoveel moeite lijkt te hebbenzich te ontwikkelen tot een stabiele eredivisieclub?

Chris benadrukt dat hij dit natuurlijk van afstand moet bekijken. De oorzaken liggen volgens hem deels in het ontbreken van een echte topsportmentaliteit. Chris: "Maak duidelijk wat je van spelers verwacht en geef ze tegelijk een heldere visie over waar je heen wilt. Ga daarna met spelers individueel zitten om te bespreken wat ze nodig hebben om daar te komen, en geef ze daarvoor ook de ruimte. Als spelers op bepaalde momenten liever individueel trainen en dat straalt niet negatief af op de groep, waarom zou je daar dan moeilijk over doen? Leer met emoties werken — elke kei is anders. Tegelijk moet de organisatie zich afvragen wat ze moet doen om het maximale uit de groep te halen, en welke mensen en karakters daarvoor nodig zijn, zowel aan de kant van de spelers als van de rest van organisatie.”

Bij NAC wordt er, zoals hij het meekrijgt, vaak snel en hard geoordeeld als het niet goed gaat maar is men ook (te) snel bereid weer over te gaan tot de orde van de dag. Als voorbeeld noemt hij supporters, maar soms ook spelers, die na een verloren wedstrijd de polonaise lopen in de Cordial. "Dat moet je als speler natuurlijk niet willen. Ga wel, bied je verontschuldiging aan voor het verlies, spreek de supporters maar loop die polonaise niet mee. Het schept anders een beeld dat onbewust doorwerkt in de hele organisatie."

Voor Chris zijn dit het soort momenten die je juist moet willen gebruiken. Herken je ankers. Hij zou zelf bijvoorbeeld geen seks kunnen hebben na het verliezen van een wedstrijd,  je moet dan eerst zelf de motivatie weer vinden, door een dag flink te balen, en de avond erna iets op te zetten dat mij, dat met een beetje geluk ook de vrouw motiveert. Chris lachend: “Die heeft immers ook zitten balen van mij. Die komt ook niet in de stemming van een polonaise”. En de motivatie uit wat je dan opzet of datgene waart je, je veerkracht uit haalt is wat je volgens Chris steeds moet toepassen voor jezelf.

Voor Chris blijft NAC een toffe club, onlosmakelijk verbonden met stad en regio, met een ongelooflijk trouwe achterban en trouwe sponsoren, een club waar de mogelijkheden groter zouden moeten zijn dan wat er tot nu toe uit komt. Maar tegelijk ook een club waar gezelligheid en het uitdragen van saamhorigheid soms belangrijker lijken dan het creëren van een echte winnaarsmentaliteit; waar elkaar durven aanspreken op zaken die structurele verbetering in de weg zitten, soms ondergeschikt lijkt aan het beeld naar buiten toe.

Hij wordt emotioneel als we spreken over wat NAC zo mooi maakt. Chris: "Als je die supporters elke keer weer ziet, hoe ze tekeergaan en wat dat met je doet als speler dan moet je apetrots zijn dat je voor NAC mag spelen." Dat is ook wat NAC volgens Bouman moet hebben: spelers die begrijpen wat het publiek drijft en wil, dat is bij een club als NAC, waar die verbondenheid, met publiek en regio, zo’n groot onderdeel. Het is van groter belang worden geacht dan de pure voetbalkwaliteiten. Het maakt voor hem niet uit waar die spelers vandaan komen, zolang ze het vuur maar kunnen brengen en die kei willen zijn. Tegelijk moet het publiek zich wel met de spelers kunnen identificeren. We spreken dan ook over hoe spelers tegenwoordig veel bezig zijn met imago en uitstraling. Als ik aangeef dat ik me bijvoorbeeld erger aan spelers die met koptelefoon op lopen en het publiek af en toe negeren, draait Chris dat juist om: "Waarom is dat een issue? Als het voor een speler werkt om voor een wedstrijd die koptelefoon op te zetten en zich af te sluiten, dan moet hij dat doen. Als dat zijn anker is en op dat moment voor hem werkt, is dat belangrijker dan het publiek — zolang diezelfde speler op het veld maar laat zien, en op andere momenten uitdraagt, dat hij er vol voor gaat en begrijpt wat het is om voor NAC te mogen spelen. Wie zijn wij om spelers af te rekenen op het rijden van Bentleys of het dragen van Louis Vuitton? Als spelers zich daar prettig bij voelen en presteren, moet je ze lekker laten — dan hebben ze het recht verdiend om dat te doen. Maar die spelers moeten dan door de eigen prestaties op het veld wel zorgen dat het publiek zich te allen tijde met spelers en speelwijze kan identificeren. Dat is essentieel."

Het stoort hem bijvoorbeeld dat Oud-NAC steeds leger lijkt te lopen en dat dit ook wat zegt ook de hoe NAC dan blijft leven bij oud-spelers. Chris: "Dat betekent kennelijk dat er minder en minder spelers zijn die zich met NAC, en als NAC'er, blijven identificeren. Dat zegt wellicht iets over de huidige koers van de club."

We hadden het gesprek nog uren voort kunnen zetten maar ronden hiermee af. Chris, bedankt voor de mooie verhalen en veel plezier met je reis door Europa. We houden contact.

HUP NAC!

Bron:
B-Side Rats
Vorig bericht
NAC Beweegt gaat weer van start! 4 reacties
Volgend bericht
Een Tikkie naar het Zuiden - Podcast #339 29 reacties
Advertentie
3 Reacties
6   1  
Bredafun

Geweldig!!

6   1  
Bredafun

Geweldig!!

2   0  
Scheids!!

Mooie anekdotes uit een ver verleden.
Hopen dat er heel snel weer dergelijke geschiedenisboeken worden geschreven over het huidige NAC , door het winnen van prijzen!

2   0  
Henri

Chris was een heel aardige man. Hij was ook nog een poosje manager van het BP Tankstation aan de Irenestraat. Dat stukje grond had NAC verkocht aan BP om er een tankstation te bouwen en exploiteren. Daar was dus genoeg aanloop van NAC-supporters.
Ik heb Chris wel een aantal goede wedstrijden zien spelen dat hij niet te houden was. Hij had een perfecte balbehandeling en kon zeer kort draaien en keren. Voor de trainingen gaf hij regelmatig een demonstratie van zijn balbehandeling zoals o.a ballen hoog houden en in zijn nek opvangen. Ik weet al van de periode rond de wedstrijd tegen TOP dat hij mentaltrainer was. Goed te lezen dat hij op zijn vakgebied een mooie carrière heeft gehad. Jammer dat zo iemand met zijn voetbalachtergrond en expertise nooit aan NAC verbonden is geweest. Maar we weten allemaal hoe het gaat en hij legt de vinger meteen op de zere plek ........... géén topsportklimaat.
Het gaat je goed Chris!

Laad alle berichten na dit bericht in