Overal waar we komen

BSRetro: Robbert Schilder

Castor

Er was een tijd dat dragende spelers uit de Eredivisie NAC als een stap vooruit beschouwden. Dat geldt in 2009 ook voor Robbert Schilder (1986), die veel opties heeft, maar voor het Bredase geelzwart kiest, voor Europees voetbal, voor een basisplaats op het middenveld in een “perfect stadion”. Nu, elf jaar later, kijken we terug op een voetbalreis die hem in vier Nederlandse windstreken bracht, en hem langs topclubs en Eerste Divisie blies.

(foto door Wouter Dill)

Als we Robbert Schilder spreken doen we dat echter in een andere tijd dan nu, in een buurtrestaurant, ergens in Amsterdam Oud-West. We schudden elkaar de hand als begroeting, zitten aan één tafeltje op een centimeter of zeventig, tachtig van elkaar, drinken koffie, maken een praatje met de barman. Het nieuws van de eerste coronabesmetting in de hoofdstad komt gaandeweg het gesprek binnen, nieuws dat ver weg lijkt, en niet bijzonder urgent.

Een reeks zorgelijke persconferenties, een horecasluiting, een anderhalve-meter-gebod en een run op handalcohol verder voelt dat alles ineens héél lang geleden. “Ik zat, door een verbouwing aan mijn huis, in principe even tijdelijk bij mijn ouders, maar daar zit ik nu nog,” aldus de huidige speler van AFC en tijdelijk inwoner van Amstelveen. “Op zich heb ik daardoor genoeg aanspraak, en mijn vrienden spreek ik veelal digitaal. Maar een gekke tijd is het.”

Die gekke tijd nodigt hoe dan ook uit om terug te denken aan betere jaren, en dat doen we dan ook, vandaag, hier.

 

Spektakel op links

In de jaren dat NAC jaarlijks om Europees voetbal strijdt staan soms spectaculaire spelers op links. Tussen 2006 en 2009 wordt de flank van NAC bestreken door Patrick Mtiliga, een sterke, opkomende back, die in zijn laatste Bredase jaar bovendien Deens international wordt. Miti vertrekt in 2009 echter naar Málaga CF, de Andalusische ploeg die net zevende is geworden in de Primera Division, speelt in een prachtig stadion, en thuis is een fijne vakantiestad met lekkere visgerechten en een strakblauwe hemel doorheen het kalenderjaar. Geef hem eens ongelijk.

Dat back Mtiliga te goed is om bij NAC te blijven is echter al een tijdje bekend. De linkshalfpositie is bovendien net zo zeer een vraagteken voor de toekomst. Met Rogier Molhoek, Ahmed Ammi, en later Tommie van der Leegte zijn er in die periode nog genoeg opties op links, maar die blijken qua leeftijd (VDL), of verblijfsduur (Ammi en Molhoek) slechts kortlopende oplossingen.

En dus wordt er al ruim vóór het vertrek van Mtiliga naar andere opties gekeken op links. Bij Heracles speelt dan een veelzijdige Amstelveense jongen van 21 op links, een huurling van Ajax, met een oer-Hollandse naam, een drive naar voren, een goede pass en een sterk schot. Hij is smaakmaker in een Almeloos elftal dat in die jaren vooral tegen degradatie vecht (en, het moet gezegd, bijna jaarlijks van NAC wint). Als linkshalf, en desnoods als linksback, maakt Robbert Schilder in zijn twee Almelose verhuurbeurten indruk op zo’n beetje elke subtopper in de Eredivisie.

NAC is daarop geen uitzondering. “En ik wilde ook graag naar NAC,” zegt Schilder nu. “In de zomer van 2008 waren ze al voor me gekomen, maar toen kwam Stewart er niet uit met Ajax. Ik was eigenlijk zelf al rond met NAC, maar toen kon ik dus nog niet weg.”

 

Van waarde

Dat is een streep door de rekening voor NAC, maar ook voor Schilder. Die laatste wil na twee verhuurperiodes in het Oosten het liefst doorpakken in zijn ontwikkeling, en vooral minuten maken. “Toen ik verhuurd was aan Heracles heb ik Ajax ook zelf gebeld met de vraag of ik langer in Almelo kon blijven. Ik kon daar elke week spelen, op het middenveld, en ik kon er belangrijk zijn. Als ik weer naar Ajax moest kon ik het weer doen met invalbeurten, soms op de bank, soms op de tribune. Daar werd ik niet beter van. Voetballen bij een ‘kleinere’ club is bovendien heel leerzaam als je altijd bij een topclub hebt gezeten. In Amsterdam gaat altijd alles vanuit balbezit, je hoeft bijna niet te denken aan het gebeuren zónder bal. Maar dat is, als je op een iets lager niveau gaat spelen, juist héél belangrijk, en daar heb ik me echt in moeten ontwikkelen.”

Er zijn meer factoren die beter bevallen aan het leven onder de top. “Wat ik ook mooi ben gaan vinden is hoe blij je kunt zijn met een gelijkspel. Samen, als team, hard werken voor een resultaat, dat leverde me veel voldoening op. Meer dan wanneer je bij een topclub met 5-0 wint, maar eigenlijk geen moment in de problemen bent geweest, en waar er ook wel was gewonnen als je zelf niet had meegedaan, bij wijze van spreken. Het paste ook veel beter bij me om onder de top bij een club te spelen waar ik vertrouwen kreeg, waar ik niet na één minder optreden voor mijn plek hoefde te vrezen, maar waar ik wél van waarde kon zijn. Ik heb een tijdje bij Ajax-1 gezeten, redelijk wat wedstrijden gespeeld, zeker in mijn laatste seizoen, maar ik had altijd Emanuelson, Vermaelen of Vertonghen voor me. Volgens sommigen is Ajax mijn hoogste niveau geweest, maar zo zie ik dat zelf niet.”

Dat de zaak begin 2009 alsnog rondkomt voelt voor Schilder dan ook als opluchting. “NAC paste perfect bij me. Qua niveau was het precies tussen Heracles en Ajax in, een goed Eredivisieteam. Bij Heracles, maar vooral bij NAC heb ik voetbal kunnen ervaren zoals ik het zelf voor ogen had: vrijuit voetballen, plezier hebben, iets kunnen betekenen voor een team. Daar kwam nog bij: toen ik in Almelo zat wist ik dat ik aan het eind van het jaar weer terug moest, er werd door Ajax bepaald waar ik speelde. Toen ik naar Breda kwam voelde dat echt als een nieuw begin, als een bevrijding eigenlijk. Ik had eindelijk de regie over mijn carrière, en daar had ik echt op gewacht: ik kon nu zélf gaan presteren.”

 

16 juli 2009, NAC-Gandzasar Kapan. De eerste officiële wedstrijd voor Robbert Schilder is gelijk een bijzondere (in de voorronde Europa League), én een bijzonder ruime overwinning. Voor de oplettende kijker: het logo van Gandzasar is inderdaad een beer op een voetbal.

 

Gekkenhuis

Genoeg redenen voor Schilder om dus uit de hoofdstad te vertrekken, maar er speelt méér dan alleen het geld of het sportieve perspectief: ook NAC zélf is een aanlokkelijke bestemming. “Ik had al eens aan Avondje NAC meegemaakt, als tegenstander, want in 2008, tijdens die bekerwedstrijd NAC-Ajax, zat ik op de bank. Het werd 4-2 voor NAC, en natuurlijk was ik vooral met de wedstrijd en met Ajax bezig, maar ik zat toen tijdens de wedstrijd al echt om me heen te kijken, ik dacht toen al ‘wat een gekkenhuis’. Een jaar later, in de play-offs tegen Groningen, kwam ik nog eens kijken, stond dat stadion wéér helemaal op  z’n kop. NAC heeft wat dat betreft ook een perfect stadion, altijd volle bak, tribunes dicht op het veld. Daar wilde ik heel graag voetballen. In het restant van seizoen 2008/’09 heb ik nog wel wat wedstrijden gespeeld in Amsterdam, competitie en Europa League, maar ook al kwamen er andere clubs waar ik misschien meer kon verdienen: ik wilde alleen nog maar naar NAC.”

De transfer betekent bovendien een nieuw begin in een nieuwe stad, en wonen in de Parel van het Zuiden. “Wat ook wel lekker aan Breda was: hier in Amsterdam woonden en studeerden mijn vrienden, dus als ik wilde was er altijd afleiding. En dat was ook wel onrustig: ik wist het toch wel als ik in het weekend niet zou gaan spelen, dus dan hoefde ik ook niet altijd ‘nee’ te zeggen op leuke dingen. In Breda kwam die rust me ook wel goed uit, want daardoor kon ik me veel meer op voetbal gaan richten.”

 

Aanwinst

En qua voetbal zit het in 2009/2010, het eerste seizoen van Robbert Schilder, in Breda wel goed. Het team dat in 2009 de play-offs om Europa League-voetbal gewonnen heeft is vrijwel geheel bij elkaar gebleven: de enige ‘grote namen’ die NAC verlaten zijn voornoemde Mtiliga, en huurling Nourdin Boukhari. Daar komt Edwin de Graaf echter voor terug (fit na een lange blessure), en een aanvallende impuls komt in september op de valreep met Leonardo Vitor Santiago (die na ruim twee jaar wordt teruggehaald van Ajax). Met Robbert Schilder presenteert NAC een nieuwe, directe, getalenteerde, jonge, en toch ervaren versterking.

Dat past, eigenlijk vanaf het begin, geweldig. “Ik kwam terecht in een heel ervaren ploeg. Ik was met mijn 23 jaar één van de jongsten, volgens mij was alleen Donny Gorter jonger, maar Zwaanswijk, Penders, Lurling, Van der Leegte, Reuser, Féhèr, Ten Rouwelaar, dat waren allemaal dertigers. En met mijn kwaliteiten kon ik echt iets toevoegen aan die ploeg.”

Dat mag blijken, want de Bredase ploeg gaat in juli 2009 dóór waar het in mei 2009 mee gestopt was: presteren. De eerste vier competitiewedstrijden, uit bij ADO, thuis tegen Heracles en uit bij Groningen, leveren zeven punten op (alleen bij PSV wordt verloren). In Den Haag bezorgt Schilder de bal op een presenteerblaadje aan Matthew Amoah, na een rush vanaf de middenlijn, in Groningen levert hij twee assists, waaronder een puntgave voorzet op Kees Kwakman.

De Amstelveense aanwinst laat zich dus meteen zien vanaf zijn komst in 2009. “Het eerste jaar heb ik eigenlijk vooral op mijn talent kunnen spelen, want dat was ook de insteek: ik mocht vooral wat brengen, van toegevoegde waarde zijn. En als je met allemaal teamgenoten zit die meer dan driehonderd wedstrijden hebben gespeeld, dan is zo’n vrijere rol in het team ook mógelijk.” Die toegevoegde waarde zal in dat eerste jaar uiteindelijk bestaan uit veertig wedstrijden in alle competities, een winnende goal thuis tegen PSV, en een reeks assists, waaronder een schot dat Edwin de Graaf in de gewonnen wedstrijd tegen Willem II (1-2) in de rebound tot goal promoveert.

 

2 augustus 2009, ADO-NAC. Het seizoen 2009/'10 is nog jong als NAC met 1-2 wint in de Hofstad, en Robbert Schilder met een assist zijn aanvallende waarde bewijst. 

 

Verlokking en verantwoordelijkheid

In sportieve zin bevalt de wijk naar het Zuiden dus goed, maar ook buiten het veld vindt de Amstellander snel zijn draai. Want hij betrekt niet, zoals teamgenoten met een gezin, een doorzonwoning in een nieuwbouwbuurt in Bavel. “Midden in de stad wonen heeft veel voordelen, zeker als je in je eentje bent, zoals ik toen. Ik zat in de buurt van restaurant Bali, op loopafstand van de leuke koffietentjes, in een mooi appartement waar ik met veel plezier heb gezeten. Ik vind Breda nog steeds een heel leuke stad: het centrum is overzichtelijk en niet te groot, met veel leuke restaurants en cafés. En je kunt er leuk uitgaan, natuurlijk.”

Want je kunt veel over Breda zeggen, maar stil is het er niet vaak. “Er is veel leven om je heen. Dat kun je verlokkingen noemen, maar naar mate je ouder wordt voel je ook meer verantwoordelijkheid. Je moet leren dat je niet op donderdag de hele nacht op stap kunt als je zaterdag een wedstrijd hebt, bijvoorbeeld. En trouwens, áls je dat al doet, dan weet gelijk de hele stad het, zo is het dan ook. In die zin heb je daarmee ook een soort beveiliging.”

Maar als het wél geoorloofd is om nog even op stap te gaan, bieden Breda en NAC daartoe prima gelegenheid. “Op wedstrijddagen zorgde ik dat ik niet met de auto was, dan liet ik me bijvoorbeeld door de vriendin van Kees Luijckx naar het stadion rijden. Kijk, als we thuis van Excelsior verloren gingen we natuurlijk niet de stad in, maar in die tijd wonnen we natuurlijk ook gewoon vaak. Na de wedstrijden bleven we eerst een tijdje in de Cordial, en daarna, tja, moest ik toch al naar de stad, want daar woonde ik, dus dan konden we gelijk door. En dan kwamen we bijvoorbeeld bij het Stammeneke weer teamgenoten tegen, dat was dan erg gezellig. Zeker in mijn begintijd gingen we dan ook vaak met z’n allen ergens heen: we hadden een leuk, hecht team, dat ook echt paste bij NAC en haar supporters.”

Europa in

Die ‘begintijd’, de wittebroodsweken van Schilder en NAC, worden bovendien opgeluisterd met een (voor Bredase begrippen) ongekende Europese campagne, met wedstrijden tegen Gandzasar Kapan en Polonia Warschau, die allen worden gewonnen. Het laatste Bredase Europese tweeluik, tegen Villarreal, maakt echter de meeste indruk. “Thuis vond ik het een mooie ervaring, want we speelden gewoon goed. Maar Villarreal was natuurlijk een heel hoog niveau, die hadden Spaanse internationals, Capdevila, Marcos Senna, Robert Pires, Diego Godín achterin, ze hadden net die Nilmar voor €15.000.000 gehaald… En met Santi Cazorla heb ik nog een shirt geruild, naderhand. Echt een wereldploeg, en ik vond het eigenlijk gewoon knap, hoe we toen speelden.”

Maar dat was thuis. “Ha, tja, uit werden we natuurlijk verschrikkelijk weggespeeld. Wij hadden veel geblesseerden dus we speelden met een soort B-elftal daar, met was gasten van Jong NAC erbij. De competitie in Spanje zou dat weekend beginnen, zij hadden uit met 3-1 gewonnen, dus we gingen er eigenlijk vanuit dat ze het wel rustig aan zouden doen. Maar niets ervan: ze speelden volle bak, in hun sterkste opstelling.”

Het wordt een pijnlijke avond voor de Bredanaars, die met een ruststand van 3-0 al snel kansloos is. De teller blijft op 6-1 steken. “Ik had nog nooit zoiets meegemaakt. Die volksverhuizing van fans vanuit Breda was erg indrukwekkend, dat wel, maar na de wedstrijd, bij NAC TV, ben ik in lachen uitgebarsten: het was ook geen schande om van zo’n ploeg te verliezen, en ik wilde er best een serieus verhaal ophangen, maar ik was gewoon blij dat het voorbij was.”

 

‘Normaal’

Die laatste Europese pot ten spijt, NAC gaat als een speer, die eerste maanden van 2009/10, geholpen door de vroege start waarin het gelijk moest pieken. Dat levert een goede reeks competitiewedstrijden en Europese potjes op, met mooi voetbal, mooie resultaten en een hoop vrolijkheid in en om Breda.

Daarna wordt toch wat minder. Een laatste toegift tegen Heerenveen, thuis (2-0), wordt gevolgd door vijf verloren wedstrijden op rij, soms pijnlijk maar onontkoombaar (Ajax-uit, 6-0), soms gewoon om chagrijnig van te worden (Feyenoord-thuis, 0-2). Breda kukelt van haar geelzwarte wolk: NAC is weer gewóón een middenmootploeg, die weliswaar drie keer van onze Tilburgse vrienden wint, en PSV thuis verslaat, maar alsnog een ploeg die op de laatste speeldag (een vreselijke wedstrijd tegen Twente) naast de play-offs om Europees voetbal grijpt. Een tiende plek, meer zit er niet in.  “En toen begon ik ook te beseffen in welke luxepositie ik altijd had gezeten,” aldus Robbert Schilder. “Bij Ajax had ik Europa League gespeeld, tegen Fiorentina, tegen Marseille, en toen ik bij NAC kwam speelde ik ook gelijk weer Europees. Dat hoorde er blijkbaar gewoon bij, als betaald voetballer. Pas later besefte ik: eigenlijk is dat helemáál niet normaal, zeker bij NAC niet. De fans hadden dat waarschijnlijk al wel door toen.”

Wat wél bijna normaal is voor NAC en haar supporters: financiële problemen. Als 2010/’11 begint, is het inmiddels wel duidelijk dat het geld weer eens ouderwets helemaal op is. Nog voor het seizoen begint krijgt NAC al een punt in mindering van de KNVB, uit bij FC Utrecht zitten er slechts vier wisselspelers op de bank, als statement van Robert Maaskant over het gebrek aan kwaliteit (en kwantiteit) dat hij als coach ondervindt.

“Als speler merkte je het vooral aan kleine dingen,” herinnert speler Schilder zich. “In het begin lagen op de club als je binnenkwam dagelijks alle kranten klaar, en er was altijd een luxe ontbijt, met lekkere broodjes en croissantjes, al vraag ik me af in hoeverre dat bij professionele topsport past. Hoe dan ook, de luxe verdween daarna wel van het buffet, net als de croissants, en die kranten lagen er ook niet meer. Het is maar een voorbeeld, maar aan alles werd geschaafd. Spelers kun je er moeilijk uitgooien, met doorlopende contracten, maar al het andere ging er af.”

 

12 september 2010, NAC-Feyenoord. "Found footage" van de 2-0 in blessuretijd, een lekkere vrije trap van Robbert Schilder. Die valt zes minuten na de 1-0, óók van Robbert Schilder, trouwens.

 

Stroef

De spelersgroep maakt er op het veld echter, zo goed en zo kwaad als het gaat, het beste van. De enige aanwinsten in 2010 zijn Kees Luyckx en Ali Boussaboun (die slechts voor een jaar tekent), maar ook zonder Van der Leegte, zonder Reuser, zonder Zwaanswijk, zonder Kwakman en zonder De Graaf speelt NAC alsnog regelmatig leuke wedstrijden. Het levert een paar mooie thuiswedstrijden op, twee overwinningen op Willem II, een spectaculaire zege op PSV, en een revanche tegen regerend kampioen Twente. Hoogtepunten voor Schilder persoonlijk zijn de bekerwedstrijd uit bij Heerenveen (0-2, met een goal van de linkermiddenvelder), en de thuiszege tegen Feyenoord, waarin Schilder alle twee de Bredase goals maakt.

Dat verbloemt niet dat het, zeker na de winterstop, bijzonder stroef draait, allemaal. Slechts tien punten uit vijftien wedstrijden zijn cijfers voor een degradatiekandidaat, en met een dertiende plek komt het nooit écht in de problemen, maar zicht op veel beters is er ook niet.

Wanneer het wél goed loopt is Schilder echter vrijwel altijd belangrijk. En dat kan, vooral, omdat hij vanaf het middenveld komt, een positie die veruit zijn voorkeur heeft boven een plek linksachter. “Ik kwam naar Breda om op het middenveld te spelen. Goed, het eerste jaar kwam daar niet veel van terecht, maar in die groep schikte ik me daar naar. Maar vanaf Heerenveen-uit voor de beker heb ik vanaf 2010 eigenlijk alleen nog maar op het middenveld gestaan. En dat past ook veel beter bij me: dan kon ik belangrijk zijn, goals maken, assists geven. Dat seizoen heb ik er zes gemaakt, en ik heb volgens mij ook nog vijf of zes keer de lat geraakt. Als ik in de as speel kan ik dat gewoon brengen.”

 

Quizvragen

Het jaar erop, in 2011/12, herhaalt zich echter het proces van het jaar ervoor: veel van de belangrijke spelers, zoals Penders, Féhèr, Boussaboun, Kolkka en Amoah stoppen of vertrekken, en daar komen alleen jonge spelers (Bayram, Schalk en Gudelj), aardig geslaagde buitenkansjes (zoals Eric Botteghin, Santi Kolk en Youssef el Akchaoui) en absolute cultklassiekers/quizvragen (Andreas Lasnik) voor terug. Het zijn de hoogtijdagen van de Klapper van Van As, die met een lege portemonnee alsnog een soort-van-eredivisiewaardige ploeg samenstelt rondom Jelle ten Rouwelaar, Anthony Lurling, Kees Luyckx en natuurlijk Robbert Schilder.

Cijfermatig blijven de prestaties tamelijk stabiel: NAC wordt weer dertiende, met slechts twee punten minder dan het jaar ervoor, en Robbert Schilder scoort zes keer. NAC speelt opnieuw een paar fijne wedstrijden, het wint met 3-1 van PSV, speelt gelijk tegen kampioen Ajax (2-2, goal Schilder), en wint een even cruciale als spectaculaire pot bij Utrecht (1-3, goal en assist Robbert Schilder). De laatste thuiswedstrijd van 2011/’12, NAC-RKC, wordt gewonnen met 3-2, een laatste goal als mooi afscheidscadeau dat hij kan uitpakken met de B-Side.

 

9 november 2010, Heerenveen-NAC. Een bekerwedstrijd in Friesland is de aanleiding voor een klein afzakkertje in de Bredase binnenstad.

 

Tukkertransfer

Want een afscheidscadeau is het: het is al langer duidelijk dat Robbert Schilder NAC gaat verlaten. Die geruchten krijgen begin juni 2012 hun definitieve beslag in een transfer naar FC Twente. “Voor mij op dat moment de beste keuze. Ik had ook gesproken met AZ en Heerenveen, maar Twente was op dat moment de top van Nederland. En belangrijker: in Nederland kenden veel mensen me toch als back, maar Steve McClaren kende me alleen als middenvelder. Ik kreeg wel weer nummer 5, en ik heb me toch ook weer een paar keer moeten schikken als linksback, maar in principe was ik middenvelder. En ook daar begon het heel mooi.”

Begon, inderdaad. Want Schilder scoort in zijn eerste officiële wedstrijd twee keer (voorronde Europa League, thuis tegen Andorrese topploeg Santa Coloma). FC Twente staat in de winterstop van 2012/’13 bovendien bovenaan de Eredivisie. Daarna gaat het zowel met het team (Twente eindigt uiteindelijk als zesde) als met de oud-NAC’er toch wat minder: voor het eerst krijgt hij te maken met kleine blessures, die in 2013/’14 uitmonden in een grote knieblessure waar hij een half jaar mee zoet is. “Bij mijn vertrek uit Breda sluimerde er al iets kleins, een pees in mijn knie. Dat nam ik mee naar Twente: daar speelde ik aan het eind van de rit met vier pijnstillers, dat ging van kwaad tot erger. Daarna heb ik er inderdaad een flinke tijd uitgelegen, maar toen ik eenmaal terug was blééf me dat achtervolgen: ik was nooit geblesseerd geweest, maar nu liep ik de hele tijd tegen kleine ‘dingetjes’ aan. Wat misschien ook weer te maken heeft met mijn positie: toen ik terugkwam stond ik weer de hele tijd linksback, waarbij je vanaf minuut één moet rennen en sprinten. Dat paste misschien toch ook fysiek niet goed bij me.”

Twente zelf gaat in de tussentijd niet bepaald lekker. De club is onder leiding van Joop Munsterman een puinhoop van ontoelaatbare transacties en tekorten geworden waar Theo Mommers zijn pet voor zou afnemen. De KNVB ziet zich in 2016 genoodzaakt het lievelingetje van Henk Kesler te straffen met degradatie, maar trekt die keutel in, waarna de Enschedeërs in 2018 alsnog laatste eindigen in de Eredivisie.

 

Purist

Robbert Schilder maakt dat echter niet meer mee, want hij maakt na 2015/’16 een opvallende move. “Ik speelde veel, bij Twente, maar eigenlijk altijd als linksachter. Aan het begin van elk seizoen gaf ik aan dat ik op andere posities beter was. Maar altijd kreeg ik dan te horen: ‘je bent onze eerste keus als linksback.’ Tja, dan heb je niet veel meer te zeggen. Mentaal én fysiek was ik helemaal klaar met de backpositie. Maar iedere keer als ik wél op het middenveld stond liep het zo lekker, was het voetballen zelf ook ontzettend leuk. En dat heb ik mijn zaakwaarnemer ook laten weten, aan het eind van mijn contract bij Twente: het maakt me niet uit of het ten koste gaat van geld, of van niveau, als ik een nieuwe club kies wil ik middenvelder zijn.” Het tekent de purist, en ook de liefhebber die Schilder is. Want er komen een paar goede Eredivisieclubs, maar die willen hem alleen maar hebben als back. En dus wijst hij die af.

Dat leidt een korte, onzekere periode in. Het duurt tot vrij laat in de transferperiode van 2016 als Rob Maas, dan trainer van Cambuur en oud-ploeggenoot in hun Heracles-tijd, van zich laat horen. De Leeuwarders willen Schilder de kans geven, als middenvelder. “En dat gaf me enorm veel energie, ik had er weer zín in. Cambuur was een leuke club, met altijd een vol stadion, Leeuwarden is een leuke stad, we speelden goed voetbal, ik ben er aanvoerder geworden. Zelfs al was het Eerste Divisie: ik heb er nooit spijt van gehad.”

Zijn driejarige contract in Friesland dient hij uit, maar als een aanbieding uitblijft voor de aanvoerder en meest ervaren speler, die ook nog eens alles heeft gespeeld, weet Schilder dat het tijd is om verder te kijken. Liefst buiten de KKD. “Want de Eerste Divisie is leuk als je bij Cambuur zit, of Go Ahead, of inderdaad NAC. Eens in de twee weken heb je dan nog een mooie wedstrijd voor een vol stadion om naar uit te kijken. Maar bij kleinere clubs, als er ook thuis maar duizend man komt kijken… In Breda, of Leeuwarden, of Deventer, daar leeft het, daar is er altijd veel om de club te doen. Maar het verschil in beleving is dan heel groot als je ineens naar pakweg Oss of Helmond moet. Ik had niet lager willen spelen daar.”

 

19 november 2011, Ajax-NAC. Bezoekjes aan de Johan Cruijf Arena leveren doorgaans geen vrolijke herinneringen op, maar Robbert Schilder heeft (op 5:18) andere plannen. 2-2!

 

Allure

De voorbereiding op seizoen 2019/’20 draait hij nog mee bij FC Volendam, zonder overigens de intentie te hebben een contract te verdienen in het vissersdorp. Maar als een aanbieding van een buitenlandse ploeg uitblijft, of nooit concreet wordt, moet hij terugdenken aan een telefoontje dat hij een paar weken eerder kreeg. “Een vriend van me is technisch directeur bij AFC, hier in Amsterdam. Daar zou ik altijd kunnen komen praten als ik wilde stoppen als prof, maar dat hield ik toen af, want daar was ik nog niet aan toe. Maar goed, toen de voorbereiding op zijn eind liep, en FC Volendam wedstrijden ging spelen, toen begon het ook wel aan me te knagen: ik wilde weer iets hebben om naartoe te leven. Dat kon ik bij AFC perfect doen.”

En dus wordt Schilder semi-prof, dichtbij huis, in de Tweede Divisie. Een trainingsperiode van een maand resulteert in een debuut in november, tegen Noordwijk. De Amsterdamsche Football Club is een topclub in de Tweede Divisie, en een traditievereniging bovendien. “AFC is een chique club, de club van Amsterdam-Zuid en Buitenveldert, midden op de Zuidas, met een luxe nieuw clubhuis in aanbouw. Het eerste elftal gaat elk jaar op trainingskamp, dat was deze winter in Marbella, op een mooi complex, en met elke avond van die reis eten in een mooi restaurant. Je ziet ook al de verschillen op het vliegveld: bij andere amateurteams op trainingskamp loopt iedereen in de vertrekhal in zijn eigen kleren, maar wij verschijnen dan in clubkostuum, mét stropdas. Het is een club met een zekere uitstraling. En dat vind ik eigenlijk ook wel leuk: je kunt zeggen dat je er niet beter van gaat voetballen, en dat klopt ook, maar als je je tradities overboord gooit word je een vereniging als alle andere. AFC onderscheidt zich.”

 

Oud-profs

Tweede Divisie is bovendien alsnog sportief een heel aardig niveau. “Want AFC is als club interessant om voor te spelen, voor oud-profs (zoals Kenny Teijsse, Gevero Markiet, of Nick van der Velden, red.), maar ook getalenteerde jongens van andere clubs die bijvoorbeeld in Amsterdam willen werken of studeren. Daardoor hebben we een ervaren team: in de KKD was ik de laatste jaren steeds de oudste, maar hier zijn er twee jongens ouder dan ik. Wat niet wil zeggen dat ze allemaal volwássen zijn, trouwens.”

Maar is er merkbaar een niveauverschil tussen KKD en Tweede Divisie? “Technisch is het niet per sé minder dan in de Eerste Divisie. Waar je het vooral aan merkt is het tactische: omdat je maar drie keer in de week traint heb je veel minder tijd om tactisch te trainen. En intensiteit in een wedstrijd natuurlijk, die is minder hoog dan wanneer je dagelijks traint. Ik ben nu fit genoeg voor dit niveau, maar ik zou het echt gaan merken als ik nu weer bij een BVO zou meetrainen," aldus Schilder, die in Amsterdam verrassend genoeg als centrale verdediger speelt.

“Maar het échte moeten is er nu af, en wat ook wel weer lekker is: ik heb tijd voor andere dingen,” aldus Schilder, die met drie trainingen in de week nieuwe bezigheden heeft opgepakt. “De eerste weken dat ik hier weer woonde was ik nog druk bezig met de eerste verbouwing van mijn appartement. Maar toen die eenmaal was afgerond werd ik op een maandagochtend wakker, en had ik eigenlijk ineens niks anders meer te doen dan wachten op de training ’s avonds. Ik ben toen gelijk op internet gaan kijken naar opleidingen, en ik heb me snel ingeschreven voor de proefdag van een cursus makelaardij.”

 

29 februari 2020, AFC-IJsselmeervogels. Hij is het nog niet verleerd: binnen een minuut schiet Robbert Schilder de 1-0 voor AFC binnen, uit een vrije trap natuurlijk.

 

In de banken

En dus zit de oud-voetballer ineens in de les, begin maart. “Voor het eerst sinds de middelbare school zat ik weer in een soort klas, met mensen met heel verschillende achtergronden. Eén iemand had zijn bedrijf net verkocht, één was net ontslagen, één vrouw was 20 jaar stewardess geweest en wilde wat anders. En één oud-profvoetballer, dus. De dynamiek in die groep, en in die les, was ontzettend leuk, ik kwam met enorm veel energie dat lokaal uit. Ik heb me, volgens mij als enige, gelijk die dag nog ingeschreven voor de intensieve dagopleiding.”

“En dus ga ik nu twee dagen per week naar school, ook nog eens hier om de hoek. Ik heb, toen ik jonger was, vrij snel alles op het voetbal gegooid, ik heb voor mijn gevoel nooit écht op school gezeten. En als je profvoetballer bent is het moeilijk om er een échte studie naast te doen, als je dat al wil. Maar juist nu ik iets ouder ben sta ik er misschien meer voor open, ben ik meer bewust op zoek naar wat ik interessant vind: met vastgoed heb ik dat voor nu gevonden. Ik zit twee dagen in de week van 10:00 tot 15:30 echt in de klas. Het zijn heel interactieve lessen, waarbij ik meteen dingen kan vragen als ik dat wil, en de dynamiek in de klas past ook goed bij me: je zit in zo’n lokaal niet aan strakke regels vast, je wordt als volwassene behandeld. En ik steek er echt veel van op: bouwkunde interesseerde me voorheen bijvoorbeeld niet, maar ik kan je nu vertellen: het metselverband van die muur daar (wijst naar het pand aan de overkant, red.), dat is een strekverband. Om maar wat te noemen.”

 

Cirkel

Dat is niet het enige wat Schilder oppakt, als semiprof, want hij loopt, als we hem spreken, ook als assistent mee bij Ajax Onder-17, in de jeugdopleiding waar hij zelf ook ooit begon. Daar is, bijna 20 jaar later, “veel hetzelfde, maar ook veel veranderd,” aldus de stagiair. "Het is véél professioneler, en veel individualistischer. In mijn tijd had je één trainer, en een elftalleider op wedstrijddagen. Nu heeft de trainer een vaste assistent, een performance coach die de warming up voor je doet, en een video-analist die vast in dienst is bij Onder-17. Dat maakt het voor Ajax-jeugdtrainers ook moeilijk om stappen buiten Amsterdam te maken: als je nu ergens anders in een jeugdopleiding instroomt, moet je beseffen dat je echt zult moeten omschakelen, want Ajax Onder-17 heeft het beter voor elkaar dan de eerste elftallen van veel clubs.”

Of die stage ook daadwerkelijk tot een trainerscarrière gaat leiden is moeilijk te zeggen. “Als trainer, en ook als voetballer, is alles heel resultaatgericht: de ene week kun je er helemaal niks van, de week erop ben je de held. Maar nu mag ik rondkijken binnen Ajax, ik help mee met trainingen, maar ik mag af en toe ook aanschuiven bij vergaderingen: ik vind het ook wel heel interessant hoe er richting wordt gegeven aan zo’n jeugdopleiding. De lange termijn, nadenken over structuur, observeren, dat past misschien beter bij me dan dat opportunistische van het trainerschap. Terwijl de opleiding die ik nu doe óók heel goed bij me past. Ik kan gelukkig de tijd nemen om een richting te gaan vinden, nu.”

 

Tijd

Tja, de tijd nemen. Het zijn woorden van vóór de coronamaatregelen, en die worden werkelijkheid. Maar op een iets andere manier dan misschien gehoopt. “Want ineens ligt alles dus stil,” zegt Schilder vandaag, telefonisch. “Bij Ajax wordt er niet meer getraind. Bij mijn opleiding zat ik precies tussen twee vakken in, maar dat nieuwe vak is door de coronacrisis nog niet begonnen. En het amateurvoetbal is er ook helemaal uitgegooid, dus dat valt ook weg.”

Het maakt dat het seizoen van AFC, waarin het bovenin de Tweede Divisie meedraaide, erop zit, terwijl het net lekker in vorm was met vier overwinningen op rij. Daardoor komt dagbesteding nu ook voor eigen rekening van de spelers. “Vanuit de club kregen we eerst nog wel een programma mee, in de hoop dat we misschien snel weer konden beginnen, maar nu is de eerstvolgende geplande training de opening van het nieuwe seizoen… wanneer dat ook mag zijn. Ik ga nu dan maar vaak voor mezelf hardlopen. In Amstelveen, waar ik nu even zit, is er veel bos en veel polder, dus daar heb ik meer ruimte dan in de stad, al moet je ook hier soms wel scherp blijven op die anderhalve meter afstand.”

“Maar om me heen is iedereen nog gezond, ik heb zelf geen klachten. Ja, het is jammer dat je niet even de stad in kan, of even ergens wat kan gaan drinken, en ja, het is jammer dat mijn vakantieplannen misschien niet doorgaan. Maar op dit moment spelen er wel grotere zaken in de wereld: dan valt het voor mij, gelukkig, wel mee allemaal.”

Bron:
B-Side Rats
Terug naar overzicht
14 Reacties
41    
Wolfmanjack

Wat een mooi verhaal over een hele fijne speler.

8    
Marti

Mooi was die tijd ,!en ook een mooie terugblik ,

12    
Sjef de gevulde koek

Het Baco tandem!! Wat een elftal was dit. Toen was Nac echt Nac met spelers waar je je mee kon indentificeren. en een weergaloze Leonardo. Schilder was toen ook echt top. Als je dan nu kijkt kun je alleen maar met heel veel weemoed terug kijken.

14    
Demeul

Mooi stukske zeg👍 Fijne vent en een van mijn favoriete NACcers die Robbert!

-28    
Kipiani

Leuk dit bericht.
Maar bij de Graafschap halen ze Lieftink van de Eagels. Voor de eredivisie of de KKD weten we nog niet. Wordt door gewerkt daar. Lieftink zou voor ons in de KKD bruikbaar geweest zijn. Echte KKD speler, power, slim, groot.
Wat vindt Tom, achter de grens ?

8    
Sandman

Mooie speler in mooie tijden. Kwam hem na de wedstrijd inderdaad vaak tegen in de stad met een biertje. Dat we destijds nog zaten te balen van een zuinige 1-0 overwinning in de Ere is nu haast niet meer voor te stellen. Achteraf misschien te weinig van het moment genoten helaas.

13    
Buurman

Schilder was ook technisch een geweldige speler. Tevens een echte rondborstige gouwe gast.

Dat we toen te weinig hebben genoten van het moment indertijd is helemaal waar als je een tikkie kritische zelfreflectie hebt. We draaiden onder bv. trainer Brandts een schitterend top seizoen. Maar een aantal van ons vonden het nodig te gaan zeiken dat het spel niet aanvallend genoeg was. Deze supporters hadden weer eens niet in de gaten dat ze zich voor de kar lieten spannen van de " beleidmakers" van ons NAC. Uiteraard raakten we van de regen in de drup. Een volk krijgt de leiders die ze verdienen, en je oogst wat je zaait. Wij hebben vooral ons zelf wijs gemaakt dat we geweldige supporters zijn , maar in de praktijk valt dat best tegen. In ieder geval is er voor geen mm eenheid. Dat het tijdens wedstrijden in het Rat Verlegh een kolkende heksenketel kan zijn staat daar positief tegenover. Dat dit wat minder is geworden is logisch want de resultaten van NAC zijn helaas onvoldoende tot matig. Maar goed het is wat het is.

Iets anders. In voetbalprimeur een uitstekende reactie van Jan Smit over de huidige voorzitters in het betaald voetbal. Smit heeft zeker niet altijd gelijk maar hij was wel een prima echte voorzitter.

9    
Buurman

O ja. Uitstekend verhaal van onze redactie. Bedankt jongens !

1    
Dave

Lasnik had ik al helemaal verdrongen. Er waren ooit nog plannen om die andere Oostenrijkse parel Rafael Pollack op te zoeken bij zijn huidige 7e divisie club of zo in Oostenrijk. Als we dat nog willen doen moeten we opschieten, inmiddels gaat hij richting een pensioengerechtigde leeftijd in het voetbal.

2    
Tuinzigt85

Moest toch ook even lachen:

Twente zelf gaat in de tussentijd niet bepaald lekker. De club is onder leiding van Joop Munsterman een puinhoop van ontoelaatbare transacties en tekorten geworden waar Theo Mommers zijn pet voor zou afnemen.

En dat was me toch een zooi!

1    
Cool hand

Mooi artikel. Ook spannend: pas bij de laatste zin kon ik een vakje in mijn coronaclichebingokaart inkleuren!

3    
Een ander geluid

Mooi interview BSR!
Ik had toen nog geen seizoenskaart maar was wel regelmatig aanwezig. Ik was een echte fan van Schilder !
Hij had van mij best zijn carrière hier af mogen sluiten!
Met zijn techniek, traptechniek en inzicht had het voor een paar jaar een prima laatste man geweest .

-2    
ome cor

Aanvallend en opbouwend een leuke speler voor NAC. Privé topgozer. Toen en nu nog steeds.
Verdedigend (de beste man heette linksback te zijn) niet beter dan Leigh of vd Weg hoor. Vindt hijzelf trouwens ook

Hypocriet genoeg wordt hij met een lach herinnerd als een speler die wel een biertje luste, maar worden andere spelers hierom juist veroordeeld.

Volgens mij heb je het recht om na een werkweek (training opbouwend tot de wedstrijd + die wedstrijd) wel een moment van uitgaan en bier drinken verdiend.
De volgende werkweek is het weer opbouwen naar de volgende wedstrijd.
Maar kennelijk mag de ene speler dat wel en de andere niet van de consequente aanhang.

0    
Scheppioni

Sjappoo Castor !👍
Mooi altijd te vernemen betreft ouwe NaCCer's !

Laad alle berichten na dit bericht in